Sport in het regeerakkoord: schouder-aan-schouder of schouderduw?

Posted on 4 oktober 2010

1


Het is nog ongewis of het vorige week gepresenteerde regeer- en gedoogakkoord daadwerkelijk uitgevoerd zal worden. Maar vooralsnog haalt de sportwereld opgelucht adem, want -ondanks de aangekondigde miljardenbezuinigingen- wil het kabinet Rutte blijven meetellen op het sportieve vlak. Toch zullen sportorganisaties hun insteek en jargon moeten gaan aanpassen aan de inhoud én de toon van de akkoorden. En dat is nog behoorlijk ingewikkeld.

Sport heeft een belangrijke functie in de maatschappij en de economie, aldus het concept regeerakkoord van VVD en CDA. Beide partijen uiten dat ondermeer in het streven naar meer sportlesuren in basis-, beroeps- en voortgezet onderwijs. Ook steunen de beoogde coalitiegenoten de kandidatuur voor het WK voetbal in 2018 of 2022 en willen zij de Olympische en Paralympische Spelen in 2028 organiseren. Dergelijke uitspraken leiden tot tevredenheid in de sport.

De  verschillende, bij de sport betrokken organisaties hebben de akkoorden uiteraard doorgespit op zoek naar aanknopingspunten om hun ambities, wensen en beleid te kunnen (blijven) uitvoeren. Want de sport is nog altijd zwaar afhankelijk van overheidsgelden.

Het lastige voor de sport is dat die aanknopingspunten nogal ambigu zijn en de verschillende maatschappijvisies van VVD, CDA én die van gedoogpartner PVV erin doorklinken. Welke insteek te kiezen?

Laat ik me hier beperken tot de breedtesport en het benutten van ‘sport als middel’. Op Prinsjesdag presenteerden CDA en ChristenUnie onder andere de begroting van het ministerie van VWS/Sport. Daarin staat te lezen: ‘sport is een bindende factor in de samenleving, omdat het bijdraagt aan belangrijke doelen op het terrein van (…) ontwikkeling van wederzijds respect, integratie, maatschappelijke binding (…).’ Afgelopen zaterdag werd op het CDA-congres nog eens bevestigd dat de christendemocraten ‘verbinden’ als hun missie beschouwen. ‘Schouder aan schouder’ werd, dankzij de speech van Verhagen, het motto van het congres.   

Gedoger Geert Wilders heeft al duidelijk gemaakt dat hij eerder van de schouderduw is. ‘Verbinden’ past, volgens eigen zeggen, niet zo bij hem. En ook in het concept regeerakkoord komt het streven naar binding door sport al heel wat minder sterk naar voren dan in de miljoenennota. Sport is in het voorlopige regeerakkoord vooral een belangrijk middel voor het bevorderen van de (individuele) gezondheid en veiligheid (op wijk niveau), en heeft een belangrijke economische functie. Thema’s die op het eerste gezicht vooral uit de VVD-koker afkomstig lijken te zijn. 

Het mooie aan sport is dat het al deze waarden (van schouder-aan-schouder tot aan schouderduw) in zich heeft.

Maar waar gaat de sport de komende jaren het accent leggen? De ‘sport als middel’ projecten en programma’s zijn (grotendeels) afhankelijk van subsidies en daarmee van de nieuwe politieke werkelijkheid. En die is erg schimmig. Welke maatschappijvisie heeft het primaat binnen het kabinet? Waar zal de sport op afgerekend gaan worden? Moeten de veelgebruikte doelstellingen en beleidstermen uit de breedtesport, zoals “sociale cohesie”, “meedoen” en “respect”, geschrapt worden? Dienen deze termen in subsidieaanvragen vervangen te worden door “talentontwikkeling”, “leefbaarheid” en “economisch rendement”? Of juist niet?

Het voorgestelde regeerakkoord maakt dat de sport, als het aanspraak wil blijven maken op overheidsfinanciering vanwege ‘sport als middel’, zich flexibel én opportunistisch zal moeten opstellen.