De vrolijke balans van het WK 2018

Posted on 14 oktober 2010

1


In de discussie over het mogelijke WK voetbal in Nederland en België draait het veelal om geld. Terecht, want we willen weten wat een dergelijk toernooi ons kost. Maar het is ook belangrijk te weten wat het evenement ons oplevert. Als we die opbrengsten alleen in euro’s willen uitdrukken zijn we snel uitgepraat. Het WK voetbal in Nederland (en elders) is géén middel om de economie een flinke impuls te geven. Het WK is een feest – met vooral maatschappelijke spin off.

Vorige week presenteerde de econoom/ geograaf Udesh Pillay  zijn recente onderzoeksresultaten rondom het recente WK in Zuid-Afrika. Conclusie: het toernooi heeft voor Zuid-Afrika geen significant economisch effect. Deze bevinding sluit aan bij de onderzoeksresultaten van bijvoorbeeld het IMF rondom eerdere mega sportevenementen: de gastheer van het sporttoernooi wordt niet rijk. Sterker, het organiseren van een dergelijk evenement is financieel riskant.

Feel good factor

Is dat erg? Niet per se. Veel onderzoekers, ook economen, zijn het er over eens dat er meer is dan direct financieel gewin. Een WK heeft invloed op de ‘feel good factor’, het ervaren ‘well being’ in het gastland en het imago bij de gasten. Om die reden hoeft het budget niet sluitend te zijn.

Stel: ik besluit thuis een feestje te geven (soms is daar aanleiding toe – soms ook niet). Dan neem ik deze beslissing niet op basis van een financiële analyse. Zo’n feestje is namelijk niet bedoeld om geld te verdienen. Het geeft mij (en hopelijk de gasten) meer: een goed gevoel, verbinding met vrienden en familie, en –vooruit- een positief imago. Of het feest geslaagd is hangt af van de sfeer en de verhalen achteraf – niet van de balans tussen de inkomsten (de ontvangen cadeaus) en de uitgaven (de geschonken drank).

Huishoudboekje

Natuurlijk, een feest moet je wel kunnen betalen. Dus inzicht in het eigen huishoudboekje en de inkoopprijs van het evenement is een eerste vereiste. Vandaar ook dat het gebrek aan transparantie over de kosten van het WK op nationaal en lokaal niveau leidt tot irritatie bij politici en andere volgers. De brief die minister Klink gisteren nog naar de Kamer stuurde, waarin hij zegt geen openheid te kunnen geven over de (financiële) toezeggingen aan de FIFA, voedt de onvrede. Op Twitter werd dan ook gesteld: we zijn op een trein gestapt waarvan we de ritprijs niet kennen.

Maar laten we de discussie rondom het WK 2018 in Nederland en België (en andere grote sportevenementen) niet beperken tot de financiële winst- en verliesrekening. Maar vooral nadenken over de manier waarop we dit evenement zo mooi en zo goed mogelijk kunnen organiseren, zodat de (maatschappelijke) nalatenschap maximaal zal zijn.

Wanneer we het WK niet beschouwen als middel tot economische ontwikkeling, of als ‘moneymaker’, maar als een groot internationaal feest – zoals het ook ooit bedoeld was – dan ziet de eindafrekening er veel vrolijker uit.