Westerse betweter in Afrika

Posted on 5 november 2010

0


Deze week ben ik weer in Zuid-Afrika.  In 1996 bezocht ik het land voor het eerst. Dat ging zo.

Hartelijk is de ontvangst niet te noemen. Achterin een donker, broeierig kantoortje in KwaZulu Natal zit de norse voetbaltrainer. Hij kijkt me nauwelijks aan. Terwijl ik me enigszins ongemakkelijk begin te voelen, murmelt hij: “Eigenlijk wil ik niet met jou praten. Jij komt uit het land van Verwoerd, de uitvinder van apartheid. Wat kom je hier doen?”

Daar sta ik dan. Zojuist gearriveerd in het Zuid-Afrika van vlak na de apartheid. Met het enthousiasme van een jonge onderzoeker en nog boordevol idealen. In drie zinnen slaat Zipho, zo heet de trainer, alle bodem onder mijn goede bedoelingen vandaan. Want inderdaad, wat kom ik hier eigenlijk doen? Wie ben ík in hemelsnaam om een bijdrage te willen leveren aan sportontwikkeling in townships? Mijn Nederlanderschap blijkt ook al niet te helpen: blijkbaar worden Nederlandsers niet alleen geassocieerd met de strijd tégen apartheid.

Hier is iemand aan het woord die me in een paar seconden een identiteitscrisis bezorgt.

Na de koele ontvangst sleept Zipho me mee naar een voetbalwedstrijd van Manning Rangers, destijds de kampioen van het land. “Kijk”, zo legt hij me uit, “Zie je die lange blanke spits daar? Hij heet George en komt oorspronkelijk uit Griekenland. George kan er niets aan doen, maar voor mij is hij de verpersoonlijking van de buitenlandse inmenging hier in Zuid-Afrika. Alle ballen worden hoog voor het doel geslingerd in de hoop dat George ‘em erin kopt. Dat is een Europese speelstijl! Wij willen technisch hoogstaand voetbal zien met korte passes. Deze club staat bovenaan, maar geen enkele Zulu geniet ervan.” Ik knik begrijpend. “By the way”, vult Zipho aan, Jij lijkt erg op George.”

Die laatste opmerking is raak. Omdat ik besef dat Zipho niet alleen doelt op de uiterlijke gelijkenis tussen George en mij. Mijn komst symboliseert voor hem de inmenging van Westerse ontwikkelingswerkers in zijn land. Na de verkiezing van Mandela lijkt het ook wel of iedereen is afgereisd naar de regenboog natie. Dat leidt tot rare taferelen. Zo strijden in de sportwereld de Australiërs, Nederlanders en Noren om de meeste invloed in de hoogste bestuursorganen. Overal lopen trainers, coaches en adviseurs rond die hun methodiek aan de man willen brengen. En nu ben ik er dus ook nog: een nieuwe George.

Sinds die eerste confrontatie met Zipho (en George) kijk ik met andere ogen naar mezelf en (sport)ontwikkelingswerk. En heb ik één belangrijke missie:  niet verworden tot één van die vele Westerse betweters die denkt het in ontwikkelingslanden ‘wel even te kunnen regelen’ .

Of dat lukt? Ik heb gelukkig nog jarenlang contact gehouden met Zipho. Soms, na maanden, belt hij ineens. Hij zet me dan meteen op scherp met zijn even simpele, als treffende begroeting: Hi Frank, how is George doing?

(deze column verscheen oorspronkelijk onder de titel ‘George en ik’ in Supporter, december 2004)