Profclub en gemeente moeten verstandshuwelijk aangaan

Posted on 11 januari 2011

5


De gemeente ’s-Hertogenbosch zal niet verbaasd zijn geweest dat FC Den Bosch vlak voor de jaarwisseling weer eens aanklopte om geld. In de afgelopen 40 jaar moest het stadsbestuur diverse keren bijspringen om de club voor een faillissement te behoeden. En daarmee is het geen uitzondering. Want welke club is de afgelopen jaren niet gered door haar gemeentebestuur?

Dat was er in Brabant, om precies te zijn, maar één: PSV. De gemeente Eindhoven zal dus wél verrast zijn geweest toen PSV-directeur Sanders tijdens de nieuwjaarsreceptie openlijk vroeg om een financiële bijdrage van de stad. Dat juist PSV nu een financieel beroep moet doen op de gemeente is een teken dat het betaald voetbal niet meer kan zonder een verstandshuwelijk met de lokale overheid. En vice versa.

Meerwaarde

Dat club en gemeente tot elkaar veroordeeld zijn klinkt erger dan het is, want zij kunnen veel voor elkaar betekenen. Uit de voorlopige resultaten van onderzoek dat de Universiteit Utrecht momenteel, in opdracht van de Stichting Meer dan Voetbal, uitvoert onder alle betaald voetbalorganisaties (BVO’s) blijkt dat clubs maatschappelijke meerwaarde kunnen hebben. Zo kan de inzet van bekende spelers leiden tot meer deelname van jongeren aan welzijnsprojecten en kunnen langdurig werklozen via de club in contact worden gebracht met potentiële werkgevers. Ook kan een BVO bijdragen aan stadspromotie en belangrijk zijn voor het relatiebeheer van de gemeente.

Zowel FC Den Bosch als PSV heeft zich de afgelopen jaren maatschappelijk ingezet. Maar niet ieder goed bedoelde inzet leidt ook automatisch tot bovengenoemde opbrengsten. De gemeente heeft pas echt iets aan de maatschappelijke inzet als zij volgens een weldoordacht plan structureel met de BVO samenwerkt. Dat gebeurt in Nederland nog weinig. Vaak zoeken club en gemeente elkaar pas op als het water aan de lippen staat. Met als gevolg dat er opportunistisch wordt gehandeld en de gekozen oplossingen de club en samenleving op de lange termijn weinig tot niets opleveren. Dit dreigt nu opnieuw in ’s-Hertogenbosch te gebeuren. En voor het eerst ook in Eindhoven.  

Not amused

Want FC Den Bosch en PSV zetten, nu de nood het hoogst is, hun maatschappelijke inzet in als argument voor financiële redding door de gemeente. Maar gedegen onderzoek naar hun waarde voor de gemeente ontbreekt. Hierdoor zijn berekeningen, zoals de 330 euro die FC Den Bosch wil gaan vragen voor een uurtje maatschappelijke inzet van enkele spelers, oncontroleerbaar. Gemeenteraadsleden voelen zich met de rug tegen de muur gezet en reageren ‘not amused’ op deze voorstellen. Of voelen zich juist, wellicht onder druk van supporters in het electoraat, geroepen het op te nemen voor ‘hun’ club. Als gevolg van de Janboel roept een journalist in het Brabants Dagblad vervolgens al snel om het hoofd van de voorzitter.

Deze emotionele gang van zaken is begrijpelijk, maar zeker in een crisissituatie zou het motto van de bestuurders moeten luiden: eerst nadenken, dan woorden, dan daden. De club- en gemeentebestuurders dienen een goede analyse te maken van de meerwaarde die zij voor elkaar kunnen hebben, openlijk hun belangen en doelen uit te spreken en vervolgens een structureel samenwerkingsverband af te sluiten.

Publieke belangen

Zo’n verstandshuwelijk is in het belang van beide partijen. Zo kunnen zij samen bouwen aan een moderne voetbalorganisatie, die behalve sportieve en commerciële belangen, ook publieke belangen dient. Voor een club als PSV en de gemeente Eindhoven zal de samenwerking wellicht meer gericht zijn op de internationale en landelijke uitstraling en topsportprestaties; bij FC Den Bosch en ’s-Hertogenbosch wellicht meer op de regionale binding en maatschappelijke betrokkenheid. De politiek maakt zo optimaal gebruik van betaald voetbal in de stad en de BVO weet zich voor langere tijd gesteund.

Op deze manier komt de BVO in rustig vaarwater terecht en wordt zij wellicht ook een aantrekkelijke partner voor andere partijen. Zoals de provincie Noord-Brabant, die door investeringen in topsportaccommodaties zou kunnen werken aan een aantrekkelijk vestigings- en woonklimaat in de regio. Of nieuwe bedrijven zie zich willen binden aan een stabiele club die nauwe banden heeft met haar klanten en medewerkers.

En mocht het verstandshuwelijk niet blijken te werken, omdat de doelstellingen niet worden gehaald of onderling vertrouwen ontbreekt, dan is het onvermijdelijk dat de partners uit elkaar gaan. Daarmee behoort het handjes ophouden tijdens nieuwjaarsrecepties of kortzichtig de beurs trekken in elk geval tot het verleden.

Dit artikel verscheen op 11 januari 2011 als opiniebijdrage in het Brabants Dagblad.