Spelershandel in Afrika: slavenhandel of normale business?

Posted on 24 maart 2011

0


Is spelershandel in Afrika een moderne vorm van slavenhandel of een normale business? De vraag is weer actueel nu FC Utrecht in zee gaat met een voetbalschool in Ghana die zich expliciet uitspreekt tegen spelershandel. Aanstaande zaterdag gaat de iniatiefnemer van deze voetbalschool, Abu Alhassan, in Den Haag in debat met een spelersmakelaar en politicus over (wan)toestanden met voetballers in Afrika en Europa.  Ik heb voer voor de discussie.

Aanleiding voor het debat is de documentaire ‘Black Diamond’ die tijdens het Movies That Matter festival in Den Haag vertoond zal worden:

Het debat zaterdag kan ik niet bijwonen. Wel heb ik voer voor de discussie: 

“Lange tijd werden voor mij alle problemen in de sportwereld, van ridicule transfersommen voor voetballers tot de schaamteloze talentenroof uit ontwikkelingslanden, door één bevolkingsgroep veroorzaakt: de spelersmakelaar. U weet wel, het gluiperige type dat, rijdend in een Porsche cabrio en vanachter een giga Prada-zonnebril, via zijn blinkende Blackberry handjeklap speelt met hijgerige clubvoorzitters.  

Niet dat ik dit slag mensen ooit persoonlijk ontmoet heb. Maar ik heb er genoeg over gelezen. Neem Jorge Mendes. Deze oud-nachtclubeigenaar ronselde zijn eerste spelers in obscure Portugese kroegen, maar meldde laatst,  na de verkoop van zijn klant Cristiano Ronaldo aan Real Madrid, vol trots dat hij vier miljoen pond op zijn eigen bankrekening kon bijschrijven. Zo’n louche figuur is natuurlijk het lichtend voorbeeld voor allerlei onkruid dat vanuit zijn schaduw wenst te floreren. 

Hele horden zichzelf neutraal ‘zaakwaarnemer’ noemende mannetjes gaan, aangespoord door het succes van Mendes, op jacht naar een nieuwe wereldster. Met zweetplekken onder de oksels en roodverbrande hoofden bezetten zij de gammele tribunes van Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse clubjes. Met spiegeltjes en kraaltjes beloven ze jonge voetballers en hun families een gouden toekomst, om het afgesloten wurgcontract vervolgens in duistere café’s te vieren – in de nabijheid van wapensmokkelaars en collega-mensenhandelaren. Daarna moet de makelaar zijn buit uiteraard zien te verkopen. Helaas is de kans op het vinden van een nieuwe Ronaldo vaak net zo groot als het aantreffen van Osama Bin Laden, zodat de koopman zijn aangeschafte waar ergens moet lozen.

Ik zag het helemaal voor me. Op deze manier, redeneerde ik, belanden Nigerianen dus in de tweede Noorse divisie, bestond begin jaren 2000 bijna het hele team van het Belgische SK Beveren uit geïmporteerde Ivorianen en is er zelfs een Braziliaan in de Vietnamese eredivisie gesignaleerd. En het verklaart ook dat er in Senegal al jarenlang geen fatsoenlijke competitie meer is, maar wel legio voetbalscholen die overal scouten – met maar één doel: zo snel mogelijk talentjes deporteren naar rijkere oorden. Onnodig te zeggen dat veel van deze geloosde spelers aan hun lot worden overgelaten en in de anonimiteit of soms zelfs illegaliteit verdwijnen. Want hun makelaar is al weer op weg naar zijn volgende ‘zaak’.

Ik wees niet alleen een zondebok aan voor alle misstanden. Ik bedacht er ook een simpele oplossing voor. Afvoeren die zaakwaarnemers! Maar hoe meer ik er over nadacht des te meer ik twijfelde of deze aanpak de problemen werkelijk zou beëindigen. Want ontstaan dit soort excessen niet óók door de ongelijk verdeelde welvaart in de wereld? Door de onverschilligheid van de Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse regeringen? Door de immorele houding van de Europese voetbalclubs en hun fans? Door ons?

Zijn wij niet zélf ook een beetje schuldig?

De nuance sloeg toe. Natuurlijk, Jorge Mendes en de zijnen: ze moeten beteugeld worden. Maar om de problemen écht op te lossen, moeten we ook naar onszelf durven te kijken.”