Voetbal als speeltje van ongure en criminele types

Posted on 6 april 2011

1


De tijd dat voetbal gewoon een spelletje was, ligt ver achter ons. Het is ook al lang niet meer de belangrijkste bijzaak in het leven, zoals Kees Jansma ooit beweerde. Voetbal is een keihard spel om de knikkers, het speeltje van ongure types en de core business van criminelen.

En als ik zeg keihard, onguur en crimineel, dan bedóel ik ook keihard, onguur en crimineel. Dan heb ik het dus niet over de watjes die via Vitesse en Chelsea hun geïnvesteerde roebels witwassen. En ook niet over de halfzachte FIFA-bestuurders die hun oren en bankrekening laten hangen naar oliedollars uit Rusland of Qatar. Nee, dan heb ik het over échte mannen. Type dictator, moordenaar, drugsbaron.

In ons deel van de wereld komt dat type nog maar weinig voor. Maar in de zogenaamde Tweede en Derde Wereld hebben dergelijke heren nog vrij spel. Al enkele decennia benutten zij de populariteit van het voetbal om hun eigen imperium te verstevigen. In de jaren 70 gaf alleenheerser Mobutu in Zaïre het goede voorbeeld. Hij roofde het land leeg, stak geld in het voetbal en vertelde zijn spelers: ‘Jullie hebben maar één optie: winnen. Anders hoeven jullie je nooit meer in Zaïre te vertonen’. Prompt wonnen de Luipaarden de Afrika Cup en plaatsten zij zich voor het WK in West-Duitsland. De wereld keek met bewondering naar deze sportprestaties en vergat Mobutu’s schrikbewind. De dictator zat nog jaren stevig in het zadel.

Dit succesverhaal inspireerde andere dubieuze heerschappen. De documentaire The two Escobars laat zien hoe Pablo Escobar, wereldberoemd drugsbaron uit Colombia en voetbalfan, zijn criminele carrière een oppepper gaf door een deel van zijn drugsgeld in het voetbal te injecteren. Hij maakte van Atlético Nacional de Medellin een grote club en schonk trapveldjes aan achterstandsbuurten. De man heeft naar het schijnt 5.500 moorden op zijn naam, maakte van zijn land een narcostaat  en vervoerde tonnen coke naar Amerika en Europa. Maar in de jaren 90 juichten Atlético-supporters hem luid toe, droeg de arme Colombiaanse bevolking hem op handen en liet de internationale gemeenschap hem zijn onzalige gang gaan.

Mobutu en Escobar begrepen dat er in een enorm deel van de wereldbevolking – inclusief hun vijanden – een voetbalsupporter huist. En beiden kenden de kinderlijke gedachtegang van zo’n supporter. Ze wisten dat een ware fan als volgt redeneert: ‘Iemand die onze club laat winnen kan niet slecht zijn en een regime dat een land goed laat voetballen kan niet fout zijn.’ Succes verblindt en passie maakt doof. Zo eenvoudig is het. 

Anno 2011 treedt de Tjetjeense leider Kadyrov in de voetsporen van Mobutu en Escobar.  Ook hij grijpt volkssport nummer 1 aan om de eigen bevolking zoet te houden en zijn bezoedelde imago op te krikken. Kadyrov huurde Ruud Gullit in als duurbetaald uithangbord en wacht nu ongeduldig op bekers in de prijzenkast van zijn club Terek Grozny. Het is te hopen voor Gullit dat die bekers snel komen. In The Two Escobars loopt het slecht af met de Columbiaanse verdediger Andres Escobar. Na een eigen doelpunt op het WK in Amerika wordt hij vermoord.

Ik wil Gullit niet bang maken, maar ik adviseer hem zijn baas héél snel te overtuigen dat voetbal toch maar gewoon een spelletje is.

Deze column verscheen ook in Supporter, magazine voor sport en ontwikkelingssamenwerking.