Dreigement aan de minister!

Posted on 1 augustus 2011

0


Het zal u wellicht verbazen, maar ik heb in mijn leven nog nooit een politicus bedreigd. Hoe fout ik een beslissing of opvatting van een volksvertegenwoordiger ook vind en hoe handig e-mail en twitter ook zijn: het versturen van een stevig dreigement is er nog niet van gekomen.

Niet dat ik principiële bezwaren heb tegen het dreigen met fysieke foltering of mentale marteling. Als het een goede zaak betreft, ben ik erg voor een praktische aanpak. Door de eeuwen heen is nu eenmaal gebleken dat aardige woorden vaak tekortschieten en dat de politiek blijft steken in taaie debatten of onuitvoerbare oplossingen.

Neem de zaak van sport in ontwikkelingslanden. Er zijn volop vriendelijke verzoeken geweest aan onze bewindslieden. ‘Beste minister van Sport en staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking’, zo werd gevraagd, ‘willen jullie alsjeblieft niet de zorgvuldig opgebouwde maatschappelijke sportprogramma’s om zeep helpen? Zouden jullie willen voorkomen dat Nederland op die manier internationaal een flater slaat? Kunnen jullie de komende jaren het benodigde – op jullie begrotingen nauwelijks zichtbare – bedrag blijven investeren, waarmee duizenden kansarme mensen via sport bouwen aan een toekomst?’

Het effect van die verzoeken lijkt op dat van een katholieke preek in een Iraanse moskee. Dus is het nu tijd om hardere maatregelen te treffen. Om onze zin dóór te drukken. En dan niet zoals de gemiddelde twitteraar of e-mailer dat probeert te doen. Die methodes spreken me niet aan. Een beetje dreigen met een mes tussen de ribben, het opblazen van een auto of het martelen van een kind: dat vind ik niet alleen stijlloos, maar ook zinloos. Nee, dan zie ik meer in de strategie van de Colombiaanse guerrillagroep M-19 (‘Movimiento 19 de abril’).

In het boek Soccer vs. The State staat haarfijn beschreven hoe deze links-nationalistische radicalen jarenlang de door hen gewenste revolutie onder de aandacht probeerden te brengen. Ze ontvoerden politici, schoten er een paar dood, groeven tunnels en jatten vijfduizend geweren uit een militair wapendepot. Maar deze brute acties hadden geen effect: een beetje fatsoenlijke interesse voor hun partijprogramma zat er niet in.

Dat veranderde in 1980. De creatieve afdeling van M-19 kwam met een even lumineus als simpel plan. Nieuwe rekruten werden niet langer geselecteerd op hun schutterskwaliteiten, maar op hun traptechniek. De besten onder hen trokken naar Bogotá om een voetbal in de tuin van de Dominicaanse ambassade schieten, waar net een diplomatiek feestje aan de gang was. Niets vermoedend liet de portier de vriendelijke jongens (‘Meneer, mogen wij onze bal terug?’) binnen. Resultaat van deze actie: de grootste gijzeling ooit in Colombia, met een vangst van veertien ambassadeurs – waaronder die uit Amerika – en media-aandacht uit de hele wereld.

Toen ik dit las realiseerde ik me dat deze methode mij op het lijf is geschreven. In dezelfde periode als de krijgers van M-19 verfijnden ook mijn vrienden en ik onze traptechniek. Met welgemikte schoten gingen wij de keurig aangeharkte perkjes, met zorg gekweekte rozen en schoongelapte ramen van brave buurtbewoners te lijf. Onze aanpak had, al zeg ik het zelf, verwoestend resultaat. Nu, dertig jaar later, kan ik deze vaardigheden eindelijk politiek inzetten. Door mijn regering te dreigen met de Colombiaanse guerrillatechniek. Wees gewaarschuwd, minister en staatssecretaris. Steun sport in ontwikkelingslanden, of ik schop een bal in jullie tuin.

Deze column verscheen in Supporter nr. 42, magazine over sport en ontwikkelingssamenwerking.

De illustratie is van Brigitte Liem.