Kluitjesvoetbal

Posted on 31 oktober 2011

3


Als trainer moet ik toegeven: mijn team speelt bepaald niet als FC Barcelona. Vooralsnog leggen de spelers geen vloeiende driehoekjes en vlotte één-tweetjes op de mat. Al mijn goede bedoelingen ten spijt geven de 6-jarige snotneuzen de voorkeur aan het aloude kluitjesvoetbal.

Dat was een tegenvaller. Ik zag mezelf al als de nieuwe Pep Guardiola, de trainer die prijzen wint met oogstrelend voetbal. Ook wilde ik zijn als Jack, een jonge coach die ik ontmoette in Zuid-Afrika. Coach Jack maakt op en naast het veld het verschil door tientallen kansarme kinderen in zijn township te stimuleren iets van hun leven te maken. Kortom, ik wilde een carrière als Succesvol en Inspirerend Trainer.

Natuurlijk word je dat niet door je na je werk naar het trainingsveld te haasten, je broekspijpen op te rollen, een bal in de groep te gooien en te roepen: “lekker spelen, jongens”. Hier was een gedegen voorbereiding nodig. Dus startte ik een zelfcursus op internet. Al snel vond ik tientallen voetbaltechnische visies, voetballeerplannen en kwaliteitszorghandboeken. Een Succesvol en Inspirerend Trainer, zo werd me duidelijk, moet vooral een studiebol zijn.

Ik kon me nog wel vinden in tips als ‘zorg voor een optimaal leerklimaat’ en ‘breng sfeer, rust en orde’. Hoewel ik dat laatste al moeilijk genoeg vind in mijn eigen gezin, leek het me geen onredelijke eis. Onrustiger werd ik van het advies me te verdiepen in ‘de pedagogische en ontwikkelingspsychologische aspecten van het kind’ en de opmerking dat ‘een succesvolle coach niet zonder een gedegen sterkte/zwakte analyse van zijn pupillen kan’. Ik vreesde deeltijdontslag bij mijn baas te moeten aanvragen om aan alle eisen te kunnen voldoen.

Echt nerveus werd ik pas van de zogenaamde ‘gouden regel’ voor de jeugdtrainer: ‘zorg voor plezier, winnen is niet het belangrijkste’. Dat klinkt heel nobel en pedagogisch verantwoord. Maar na een sterkte/zwakte analyse van mijzelf kwam al snel mijn eigen bloedfanatieke aard naar boven. Wekelijks verliezen leek mij daarom niet bevorderlijk voor de sfeer, rust en orde in de groep, laat staan voor míjn plezier. 

Vertwijfeld ging ik te rade bij mijn voorbeelden. Guardiola was te druk met het oppoetsen van alweer een gewonnen trofee, maar Coach Jack hoorde me welwillend aan. Hij, al jarenlang onbetaald trainer van weeskinderen en dromend van een contractje bij profclub Mamelodi Sundowns, knikte begrijpend en voegde nog een gouden regel toe: ‘Heb geduld.’

En zo begon ik aan mijn loopbaan als Geduldig Trainer. Met als gevolg dat ik tegenwoordig toesta dat pass-oefeningen op trainingen uitmonden in onorthodoxe vormen van tikkertje. En dat de kinderen tijdens wedstrijden hun eigen tactische strijdplan trekken. Kluitjesvoetbal dus.

Ik moet bekennen: hun voetbal vind ik inmiddels leuker dan het eeuwige tikkie-takkie van Barcelona. Bovendien zijn de spelertjes na afloop van een dik verloren wedstrijd schaamteloos enthousiast over die ene onbewust briljante actie of dat toevallige doelpunt. De nabeschouwing wordt niet zelden afgesloten met de vraag: “Trainer, hoeveel is het eigenlijk geworden?”. Zonder de leerboeken te raadplegen en denkend aan Jack roep ik dan: “Dat maakt niet uit, jongens. Winnen komt later wel! “. 

Deze column verscheen in Supporter, kwartaalblad over sport & maatschappelijke ontwikkeling, jaargang 11, nr. 43.

Posted in: Column, MVO en sport