Mondiale crises in de topsport, deel 3 (slot): Financial Crisis

Posted on 23 december 2011

2


“Crisis? What is a crisis?”, zo bagatelliseerde Sepp Blatter in oktober nog de problemen binnen FIFA. Inmiddels heeft de voetbalbaas moeten bekennen dat binnen zijn organisatie fouten zijn gemaakt die het aanzien van het voetbal hebben geschaad. Niet alleen de wereldvoetbalbond dreigt het vertrouwen van de fans en sponsors te verliezen, de mondiale topsport in zijn geheel kampt met een vertrouwenscrisis. Vermeende corruptie onder sportbestuurders, dopingschandalen en gokzwendel: het kleeft de sport zwaar aan. Bovendien dragen giga salarissen en mega evenementen in tijden van financiële malaise niet bij aan een positief imago van de sport. Hoog tijd voor reflectie. Komt de topsport deze crises nog te boven?

Eerder verschenen op dit blog:

– deel 1: Fair Play Crisis. Klik hier.

– deel 2: Governance Crisis. Klik hier.

Deel 3: Financiële crisis

De nieuwe machtsverhoudingen in de sport zijn goed zichtbaar bij de toewijzing van grote sportevenementen. Opkomende economieën, zoals China, Zuid-Afrika en Brazilië, zijn uitverkoren om Olympische Spelen en WK’s voetbal te organiseren, net als olielanden als Rusland en Qatar. Het nieuwe geld is zeer welkom, ook in het voetbal, waar menig club hoopt op de komst van een rijke sjeik of oliehandelaar, om in het spoor van Manchester City en Chelsea op jacht te kunnen naar succes.

De clubs en federaties omarmen de nieuwe geldbronnen met liefde. Zij kunnen ook niet anders, want de afgelopen decennia is de topsport verstrikt geraakt in het web van ‘meer is beter’. De salarissen en startgelden gingen omhoog en de stadions en evenementen werden groter. Hierdoor ontstond grote afhankelijkheid van financiële inkomsten vanuit sponsors, media en consumenten. De huidige mondiale financiële en economische crisis maakt dat deze inkomsten niet meer zo vanzelfsprekend zijn. De sportwereld voelt, dankzij de verslaving aan het geld, zeer direct de gevolgen van instortende economieën. Welke grote sponsor, waar mogelijk tientallen banen op de tocht staan, kan het zich in deze onzekere tijden nog permitteren flink te investeren in een sportevenement? Ook neemt door de financiële crisis het begrip af voor de grote hoeveelheden geld die omgaan in een deel van de professionele topsport. Welke werknemer snapt nog het verschil tussen zijn loonstrookje en dat van bijvoorbeeld Cristiano Ronaldo of Tiger Woods?

Zolang sportorganisaties vast houden aan ‘meer is beter’ zullen zij gedwongen zijn op zoek te gaan naar nieuwe inkomsten. De grote evenementen zijn voorlopig veilig gesteld, aangezien een land als Brazilië vooralsnog immuun is voor de economische neergang. Sporten als voetbal, golf en tennis zoeken de redding in de rijkdom van enkele multimiljonairs uit Rusland en de golfstaten. De herkomst van dat geld is vaak schimmig en niet alle nieuw weldoeners zijn van onbesproken gedrag, zoals dictator Kadirov in Tsjetsenië. De stof die opwaaide door de transfer van Ruud Gullit naar de club van Kadirov maakt duidelijk dat sportliefhebbers niet onverschillig staan tegenover inmenging van dergelijke rijkaards.

De sportfan merkt ook al jaren dat slechts een klein groepje (top)clubs en atleten in aanmerking komt voor financiële ondersteuning door de nieuwe rijken. De kloof tussen arm en rijk in de sport neemt toe, met als gevolg voorspelbare uitslagen en kampioenen. Nederland is de aansluiting in ‘grote’ sporten al jaren kwijt. Niet alleen in het clubvoetbal, maar ook in het volleybal of basketbal spelen ‘wij’ nog maar een marginale rol. Alleen in nauwelijks mondiaal te noemen sporten als korfbal, hockey en schaatsen – waarin Nederland relatief grote investeringen doet – zijn nog wereldtitels haalbaar.

De financiële crisis in de sport behelst dus niet alleen het gevaar op verminderde inkomsten, maar leidt ook tot verminderde identificatie van de sportfan en tot afnemende competitive balance.

Terug naar de balans

De drie beschreven crises vertonen opmerkelijk veel overeenkomsten met de ‘normale’ wereld. Topsport staat onder invloed van wereldwijde ontwikkelingen, waarvan globalisering en de creatie van netwerksamenlevingen wellicht de meest invloedrijke zijn. De hypercommerciële topsporten en bijbehorende evenementen blijken extra gevoelig voor problematiek die met deze ontwikkelingen samenhangt. Georganiseerde misdaad, internationale drugshandel, verouderde bestuursstructuren, ontoereikende rechtssystemen en falende financiële systemen: het zijn de grote uitdagingen waar de internationale gemeenschap voor staat en deze worden nadrukkelijk weerspiegeld in de toppen van de sportwereld.

Maar dankzij de speciale context en positie van topsport in de samenleving hebben de uitdagingen in de sport een specifiek karakter. Dat karakter biedt gezaghebbers in de sport de mogelijkheid om aan gerichte oplossingen te werken en niet lijdzaam af te wachten totdat politici oplossingen bedenken voor de wereldwijde problemen. Sportbestuurders kunnen het vertrouwen van de sportliefhebber terug winnen door het evenwicht tussen het sportspecifieke ‘grenzen verleggen’ en ‘eerlijke competitie’ te herstellen.

Een verstoring van balans kan, in yin yang termen, ziekte veroorzaken, maar leidt ook tot nieuwe inzichten en mogelijkheden. De eerste tekenen van pogingen tot het herstel van de balans zijn zichtbaar. Nederlandse sportorganisaties dragen daar aan bij, wellicht gedwongen omdat zij relatief veel last hebben van de crises. In het voetbal bijvoorbeeld zoeken clubs naar nieuwe, moderne vormen van besturen en aansturen. Voorlopers op dit gebied, zoals AZ en FC Twente, laten zien hiermee ook sportief succesvol te kunnen zijn. Betaald voetbalclubs winnen tevens aan sympathie en vertrouwen door zich veel nadrukkelijker bezig te houden met maatschappelijke activiteiten, waardoor de kloof tussen duurbetaalde profs en hun fans kleiner wordt.

Ook het Olympisch Plan is een uiting van het zoeken naar balans, bijvoorbeeld tussen presteren en meedoen. Overmatige aandacht voor de top tien ambitie zal niet leiden niet tot het gewenste brede draagvlak onder de bevolking. Andere aspecten van sport, zoals participatie en gezondheid, zullen nadrukkelijk belicht moeten worden. Tevens kan het Olympisch Plan de trend van steeds grotere mega sportevenementen wellicht doorbreken door in te zetten op milieuvriendelijke en compacte, kleine Spelen.

Internationaal ontstaan intussen ook tegenbewegingen, zoals de bundeling van kritische wetenschappers en journalisten in Play the Game. Dit netwerk poogt op te treden als waakhond van internationale sportorganisaties en mee te denken aan oplossingen voor de fair play en governance crises.

Daarmee zijn de drie genoemde crises niet meteen bezworen. Er is nog een lange weg te gaan, die bovendien geen eindpunt zal kennen. Net als yin yang is het zoeken naar de balans in de topsport geen statisch fenomeen; het is een dynamisch proces, dat nooit stopt of gestopt kan worden, maar waar de betrokkenen zelf wel richting aan kunnen geven.

De drie delen over de mondiale crises in de topsport verschenen als één artikel in Sport & Strategie.