Sport-voor-vrede evangelisten

Posted on 9 januari 2012

3


De wereld gaat nog eens ten onder aan de goede bedoelingen met sport. Sinds de sportdiscipelen het licht zagen en besloten met een bal onder de arm de wereld te redden, zijn we er niet op vooruit gegaan. Niet alleen is onze planeet nog lang niet verlost van het kwaad, de sport dreigt nu ook zijn eigen ziel te verliezen.

Het probleem is ontstaan door sport-voor-vrede-evangelisten als Wilfried Lemke, in het dagelijks leven special advisor for sport, development and peace bij de Verenigde Naties. Lemke bedacht de volgende logica: ‘Sport leidt tot samenzijn; samenzijn leidt tot dialoog; dialoog leidt tot onderling begrip; onderling begrip leidt tot vrede.’ Dankzij deze simpele redenering denken complete volkstammen dat dankzij sport de wereldvrede voor het grijpen ligt.

Goedgelovigen, waaronder de Israëlische oud-Nobelprijswinnaar Shimon Peres, luisterden naar Lemke’s woorden en startten voetbalprojecten in Israël en de bezette gebieden. Maar zij raakten al snel teleurgesteld. Ondanks alle goede sportbedoelingen wil het, zoals bekend, nog niet erg vlotten met de vrede.

En dus, zo zullen de vredestichters gedacht hebben, moet er iets mis zijn met het voetbal zelf. Zij gingen op onderzoek uit en ontdekten – net als Jean Paul Sartre tientallen jaren daarvoor – dat ‘in football everything is complicated by the presence of the opposite team.’ Plots zagen zij in dat bij een potje voetbal ruzie met de tegenstander heel wat meer voor de hand ligt dan onderling begrip.

Peres en vele anderen besloten dat competitie en rivaliteit in het voetbal de boosdoeners waren. Ze zochten hun heil in het inhuren van pedagogen en ontwikkelingspsychologen. Deze geleerden gingen aan de slag om de nare eigenschappen uit de sport te verdrijven. Zo kwamen zij op de proppen met  nieuwe voetbalspelletjes die er voor moeten zorgen dat iedereen elkaar lief en aardig vindt.

Toen ik dit voor het eerst hoorde fronste ik al direct mijn wenkbrauwen. En nadat ik met eigen ogen zag hoe het er bij die spelletjes van het Peres Centre for Peace in Tel Aviv aan toegaat, knapte ik definitief af op deze aanpak van love and peace. In plaats van een mooi voetbalgevecht binnen de veilige omgeving van het sportveld kwam ik terecht in een sfeer van zweverig geneuzel. Vooraf moesten wij, de spelers, met elkaar nieuwe regels verzinnen om fair play te bevorderen. Na de wedstrijd bespraken we welk team de winnaar was. Niet het team met de meeste doelpunten won, maar het elftal dat we het aardigst vonden.

Het klopt dat ik na afloop geen problemen had met de tegenstanders. Wel voelde ik veel agressie tegenover de hippie-achtige begeleiders. Op deze manier beleeft niemand plezier aan het spel. Het wezen van het voetbal – de strijd met de tegenstander – was de nek omgedraaid. Ik vroeg me af welke spelers een volgende keer weer zouden opdagen. Bovendien is het onzinnig te doen alsof een harmonieuze wereld bestaat, zeker in gebieden waar het hele leven wordt bepaald door conflict. Hoe kun je op het sportveld leren omgaan met vijandelijkheden als strijd daar uit den boze is?

Ze bedoelen het vast goed, die vredestichters. Maar toch. Red gerust de wereld, maar blijf met je handen af van de sport.

De tekeningen bij deze column zijn van Brigitte Liem.  Meer werk van haar vind je hier.

De column verscheen tevens in Supporter, magazine over sport en maatschappelijke ontwikkeling, december 2011 (nr. 44).