2013: Het jaar van de strijd tegen corruptie in sportfederaties

Posted on 17 december 2012

0


AGGIS 1De onthullingen over doping en match fixing overschaduwen het sportjaar 2012. Het goede nieuws is dat de bestrijding van beide plagen nu stevig op de agenda staat. 2013 zou wel eens het jaar kunnen worden van de strijd tegen de derde plaag die de sport treft: corruptie in internationale sportfederaties. De Europese Unie zet in op een nieuw hulpmiddel dat moet leiden tot ‘better governance’

Vals spelen is niet voorbehouden aan Lance Armstrong of de illegale gokmaffia. Bedriegen gebeurt net zo goed buiten het veld, ook op de burelen van sportbestuurders. Denk aan de UCI, dat dankzij de affaire-Armstrong stevig in de beklaagdenbank zit, en aan de FIFA, dat zich van rechtszaak (de ISL-case), via verkiezingsschandaal (de controverse tussen Blatter en Bin Hamman) naar vermeende fraude (de bidding procedure van Qatar 2022) sleept. Het bevorderen van ‘good governance’ wordt als dé manier gezien om corruptie binnen internationale sportfederaties tegen te gaan. Echter, het stimuleren van goed bestuur is bepaald geen sinecure, want de patiënt is behoorlijk ziek.

Ziektebeeld

Ondanks bijvoorbeeld het instellen een hervormingscommissie door FIFA zit er vooralsnog weinig schot in het verbeteren van de ‘governance’ van internationale sportfederaties. Veel internationale federaties – en dat geldt zeker niet alleen voor FIFA – laten nog altijd hetzelfde ziektebeeld zien: zij schieten tekort op drie kernwaarden van good governance.

Een eerste kernwaarde waar de federaties moeite mee hebben is transparantie. Daarbij gaat het om openheid ten aanzien van de achtergrond van bestuurders, de wijze waarop bestuursbesluiten tot stand komen, etc. Een rondgang langs de internationale bonden om basisinformatie te achterhalen over hun financiën, beleidsplannen, en achtergronden van bestuurders loopt al snel vast in nietszeggende websites, niet-beantwoorde mailtjes of het ontbreken van contactgegevens. De federaties zijn bepaald niet scheutig met hun informatie, wat het voor journalisten, onderzoekers en andere kritische volgers onmogelijk maakt toezicht te houden.

Een tweede kernwaarde is democratie. FIFA-bestuurder Theo Zwanziger verwoordde tijdens een recent congres in Aalborg het probleem waar veel sportfederaties mee kampen: het ontbreken van een goede balans tussen zittende macht en oppositie. Deze balans is een wezenlijk onderdeel van een democratisch systeem en is veelal niet ingebouwd in de structuur van sportfederaties. Zo heeft de helft van de federaties geen ethische commissie en zijn er slechts twee bonden waarbij die ethische commissie onafhankelijk is. Ook blijft de zittende macht vaak letterlijk zitten: van 27 internationale federaties is bekend dat zij geen limiet stellen voor de zittingstermijn van bestuurders en 29 bonden hanteren geen leeftijdsgrens.

Het afleggen van verantwoording, een derde kernwaarde van good governance, is voor vele internationale sportfederaties juridisch gezien helemaal niet nodig. Zwitserland is anno 2012 nog altijd een zeer prettige verblijfplaats voor sportfederaties. Momenteel genieten 36 internationale bonden van Olympische sporten van de Zwitserse gastvrijheid, die onder meer bestaat uit belastingvoordelen en wettelijke vrijheden met betrekking tot het afleggen van verantwoording. Dankzij de juridische status van ‘vereniging’ onder het Zwitsers recht hebben zij nauwelijks rapportageplicht en ontbreekt streng toezicht.

Reputatie

Zwitserland speelt een centrale rol in het streven naar het verbeteren van good governance. Er is de Zwitsers veel aangelegen om de bonden in eigen land te houden. Toen het IOC enkele jaren geleden naar Parijs dreigde te verhuizen werd haar snel een belastingvrijstelling aangeboden, waar de Olympische familie nog altijd dankbaar gebruik van maakt. Deze vrijstelling geldt overigens niet voor alle bonden. Zo betaalde FIFA in 2011 juist vijf miljoen dollar aan belasting – wat hen tot populaire inwoners maakt van het Alpenland.

Toch voelen ook de Zwitsers zich steeds ongemakkelijker door de onthullingen van corruptie binnen hun landsgrenzen. Niet alleen de integriteit van de sport staat op het spel, ook de reputatie van het land zelf. Begin november onderschreef de Zwitserse Federale Raad dat de maatregelen die bonden nemen om corruptie te bestrijden onvoldoende zijn en kondigde zij aan te gaan onderzoeken hoe corruptie in sport strafbaar gesteld kan worden.

Wapens

De Europese Unie zal dit bericht juichend hebben ontvangen. Want ook al is sportbeleid nog altijd vooral een zaak van de lidstaten zelf, en vindt de organisatie van de sport niet plaats op het niveau van de Europese Unie, toch bemoeit de EU zich steeds vaker met sportaangelegenheden. In het afgelopen jaar sprak zij zich expliciet uit tegen match fixing en ondersteunt zij de wereldwijde strijd tegen doping. Ook good governance is een thema waar de EU de sportwereld op wil aanspreken.

Maar zolang de Zwitsers, die geen onderdeel uitmaken van de Unie, verzuimen maatregelen te nemen kan de EU weinig anders dan de strijd aangaan zonder juridische wapens. Die strijd zal de EU niet alleen kunnen winnen. De druk om te hervormen dient ook van andere belanghebbenden te komen, zoals media, fans, atleten en sponsors – al moet ook de rol van deze stakeholders niet worden overschat. Professor Mark Pieth, de man die de FIFA adviseert over de noodzakelijke hervormingen, somde tijdens het eerder genoemde congres in Aalborg op: “De media en de fans hebben tot nu toe te weinig druk kunnen uitoefenen. Datzelfde geldt voor een andere belangrijke groep, de atleten.” Blijven over de sponsors, die grote sommen geld in de sport steken en het risico lopen beschadigd te raken door schandalen. Maar Pieth liet meteen weten met een aantal FIFA-sponsors gesproken te hebben en te hebben gemerkt dat er onder deze bedrijven nog weinig urgentie leeft om in te grijpen. Pieth ziet daarom maar één oplossing: de hervorming moet van binnenuit komen.

Patstelling

Daarmee lijkt de cirkel vicieus. Want ook al zijn niet alle sportfederaties zo immuun en gekant tegen veranderingen als UCI en FIFA: Hoe krijg je bestuurders zo ver dat zij zelf het niveau van transparantie, democratie en verantwoording verhogen? Daarbij: wat verstaan we eigenlijk precies onder die begrippen en wat is een acceptabel niveau van governance? Het is niet voor niets dat vooral betrokkenen in Noord-Europa en Noord-Amerika zich druk maken over good governance. De opvattingen over wat acceptabel is zouden wel eens deels cultureel bepaald kunnen zijn.

AGGISOm de patstelling te doorbreken heeft de EU de hulp ingeroepen van internationale deskundigen. Onder coördinatie van de Deense organisatie Play the Game hebben zes Europese universiteiten – waaronder die van Utrecht – de werkgroep ‘Action for Good Governance in International Sport Organizations’ (AGGIS) gevormd. De groep werkt aan een lijst van indicatoren die gezamenlijk de mate van good governance kunnen uitdrukken, gekoppeld aan een eenvoudig toepasbaar meetinstrument. Op deze manier wordt het mogelijk het ziektebeeld en het herstel – ofwel: de ontwikkeling van good governance binnen de sportfederaties – te volgen en met elkaar te vergelijken.

Thermometer

Maar een meetinstrument alleen is uiteraard niet de oplossing. Het biedt weliswaar de mogelijkheid de druk op te voeren door de resultaten openbaar te maken en over te gaan tot naming and shaming. Maar tegelijkertijd is het waarschijnlijk niet erg productief om als buitenstaanders de federaties langs een meetlat te leggen die de hunne niet is. De weerstand tegen hervormingen zou er zelfs door kunnen toenemen.

Om de patiënt echt te kunnen helpen genezen staat AGGIS voor twee uitdagingen. Ten eerste dienen de sportfederaties zelf in te gaan zien dat zij beter dienen te worden. Het meetinstrument om dat duidelijk te maken dient samen met federaties en relevante belanghebbenden, zoals atleten, overheden en sponsors, te worden ontwikkeld, zodat er draagvlak ontstaat voor het gebruik ervan. Het meetinstrument zal niet alleen bruikbaar moeten zijn voor buitenstaanders zoals journalisten, wetenschappers en subsidiegevers, maar vooral ook moeten kunnen dienen als een zelfhulpinstrument voor de sportbestuurders. Het draait immers, zoals professor Pieth schetste, om self reform.

Ten tweede dient AGGIS rekening te houden met de verschillende, soms cultureel bepaalde opvattingen over good governance. Het aanleggen van een absolute norm voor bijvoorbeeld zittingstermijnen, democratische structuren en rapportageverplichtingen zal voorbij gaan aan de bestaande verschillen tussen en binnen sportfederaties. Het meetinstrument zal daarmee niet zozeer moeten leiden tot een voorgeschreven recept aan de patiënt, maar dient eerder een ingenieuze thermometer te zijn: een instrument dat helpt de diagnose te stellen en tegelijkertijd mogelijke oplossingsrichtingen aandraagt.

Vinger aan de pols

In het komende voorjaar zal AGGIS haar adviezen voorleggen aan de Europese Unie. Daarmee zal Europa naast doping en match fixing ook uitspraken gaan doen over good governance. 2013 kan daarom wel eens een heel belangrijk jaar worden in de strijd tegen corruptie in internationale sportfederaties. Daarbij lijkt het vooral zinvol – en reëel – te streven naar ‘better’ in plaats van ‘good’ governance. Verbeteringen in transparantie, democratie en verantwoording zullen uiteindelijk door de sportfederaties zelf op hun eigen manier doorgevoerd moeten worden. En media, fans, atleten, overheden en sponsors moeten daarbij de vinger aan de pols kunnen houden. In beide gevallen zal een ‘better governance thermometer’ zeer behulpzaam zijn.

Dit artikel verscheen in Sport & Strategie, tijdschrift voor executives in de sport, bij oveheid, bedrijven & media, editie december 2012.