Het maatschappelijke effect van het WK

Posted on 20 november 2014

0


Moord, drugs en verkrachtingen. De rauwheid van het bestaan in de wijken Hillbrow in Johannesburg en Mangueira in Rio de Janeiro vertoont opvallende overeenkomsten. Wie perfectie wil vinden, zal hier niet snel zoeken. Toch spreken de bewoners over ‘the perfect place’ wanneer zij de sportprojecten in hun wijk typeren. Met dank aan het WK voetbal.

Zuid-Afrika en Brazilië. Twee totaal verschillende landen die een sterke economische groei overeenkomstig hebben en allebei hunkeren naar erkenning op het politieke wereldtoneel. Twee naties ook die hun nieuwe status uitdragen door het organiseren van het grootste evenement op aarde: Het wereldkampioenschap voetbal. Zuid-Afrika was in 2010 het strijdperk van de beste spelers ter wereld – met Johannesburg als zinderend epicentrum. Deze zomer liet Rio de Janeiro zich kronen tot swingende voetbalhoofdstad van de wereld.

Met het organiseren van het WK sluiten beide landen aan bij een wereldwijde trend, waarin de organisatie van mega sport events niet meer is voorbehouden aan Europa en de Verenigde Staten, maar wordt opgeëist door ‘de nieuwe wereld’. Denk aan de Olympische Spelen in Beijing (2008) en Rio de Janeiro (2016), de recente Olympische Winterspelen in Sotsji en de aankomende WK’s voetbal in Rusland en Qatar. Dezelfde evenementen worden onder invloed van toenemende commercie, meer mega dan ooit. De eisen van FIFA en IOC, van sponsors en van toeschouwers nemen groteske vormen aan, waardoor de kosten voor de aanleg van stadions en infrastructuur tientallen miljarden bedragen.

Het overgrote deel van deze kosten dient opgehoest te worden uit publieke middelen van het gastland. Juist in landen als Zuid-Afrika en Brazilië, waar nog altijd grote delen van de bevolking in armoede leven, roept deze ontwikkeling de vraag op of dat belastinggeld niet beter besteed zou zijn aan het verbeteren van zorg, onderwijs en sociale woningbouw. Politici en sportbestuurders ontwijken deze vraag behendig door te wijzen op de enorme legacy van grote sportevenementen. Als opbrengsten claimen zij een grotere werkgelegenheid, economische groei en een beter imago. Specifiek in Zuid-Afrika en Brazilië is gewezen op de kansen die een WK biedt voor een pro poor strategy en meer onderlinge verbondenheid.

Inmiddels is wel duidelijk dat de voorgespiegelde economische opbrengst vooral retoriek is van bestuurders en niet of nauwelijks onderbouwd kan worden door gedegen onderzoek. Het beeld dat uit economische studies naar voren komt is dat de kosten voorafgaand aan een mega sportevenement schromelijk worden onderschat en de uiteindelijke financiële opbrengsten stevig worden overschat.

Inwoners van Zuid-Afrika en Brazilië hebben dergelijk onderzoek niet nodig om aan te voelen dat er iets niet klopt. Waar de Zuid-Afrikanen nog enigszins waren verrast door de hoge kosten en het afromen van de winsten door FIFA, toonden de Zuid-Amerikanen zich een stuk bewuster. Honderdduizenden betogers gingen het afgelopen jaar de straat op om hun onvrede over de dure stadions en het uitblijven van verbeteringen voor ‘de gewone man’ kenbaar te maken. De weerstand tegen het megalomane karakter van het WK, en ook de Olympische Spelen, groeit. Het gevolg is dat regelmatig vergeten wordt dat deze sportevenementen wel degelijk kunnen bijdragen aan sociaal-maatschappelijke verbetering. Interessant genoeg juist in zeer kwetsbare wijken in Zuid-Afrika en Brazilië.

Johannesburg, mei 2011

Niet geheel ontspannen zoek ik tussen de hoge, donkere flats van Hillbrow, Johannesburg, naar een voetbalveldje. De angstaanjagende flats zijn in het bezit van criminele bendes en vormen een broeinest voor de levendige drugs- en mensenhandel in deze wijk. Op de twee vierkante kilometer die Hilbrow groot is komen per jaar zo’n 13.000 zware criminele incidenten voor. Om de twee dagen vindt een poging tot moord plaats, eens in de vijf dagen slaagt zo’n inspanning ook echt. Tot mijn opluchting zie ik ook steeds meer gekleurde flats – gebouwen die door de politie zijn terugveroverd op de bendes. De inwoners lijken me meer ontspannen. Mijn indruk is dat het langzaam beter gaat met de wijk.

Halverwege de jaren ‘90 was ik hier voor het eerst. Het bezoek beperkte zich destijds tot een kort autoritje met vergrendelde deuren – veel te gevaarlijk om me hier als buitenstaander lang te vertonen. In juni 2010, was ik weer terug. Ditmaal in het kielzog van het Nederlands elftal, Johan Cruijff, Ruud Gullit, vele journalisten en tientallen buurtkinderen. Het veldje waar ik nu naar op zoek ben, het Orange Cruyff Court, werd toen feestelijk geopend.  Gelegen naast een gaarkeuken en kinderopvang, en ondersteund door de lokale overheid, politie en woningcorporatie, realiseerden de KNVB en de Johan Cruyff Foundation hier niet alleen een veilige speelplek, maar ook een voetbalprogramma met een sociaal randje: WorldCoaches.

Mijn beeld dat het langzaam beter gaat met de wijk wordt bevestigd door John Sibeku, de drijvende kracht achter het WorldCoaches programma in Hillbrow. Tijdens de wandeling door de wijk vertelt hij dat hij na de feestelijke opening in 2010 met een groepje enthousiastelingen is achtergebleven om dagelijks voetbaltraining aan te bieden aan kansarme jongeren. De coaches benutten de trainingen om met de jongeren in gesprek te gaan over de gevaren en uitdagingen in de wijk en ze brengen hen de noodzakelijke levensvaardigheden, zogenaamde life skills, bij. Kinderen komen hier graag, omdat het ze een veilige, gestructureerde omgeving biedt, en ze hier kunnen dromen van een beter leven. Het liefst als voetballer.

John gidst me door de wijk, zodat ik het Orange Cruyff Court weer terug zie. Een groep jongens van een jaar of 10 is aan het voetballen.  Op mijn vraag hoe ze het Orange Cruyff Court en het WorldCoaches programma ervaren is hun intrigerende antwoord: ‘It’s the perfect place’.

Verrassende waarden

Hoe kan het dat kinderen een voetbalveldje midden in een omgeving met drugsverslaafden, prostituees en criminelen omschrijven als de perfecte plek? En wat heeft dat te maken met het WK in Zuid-Afrika? Die vragen maakten deel uit een breder onderzoeksproject naar de betekenis van het WK voetbal in Zuid-Afrika, uitgevoerd in de townships rondom Johannesburg door de Universiteit Utrecht, één jaar na dat WK. Dit onderzoek levert indringende en soms verrassende beelden op van de legacy van het WK op micro niveau. De economische waarde van het toernooi om de wereldbeker is op dit niveau op geen enkele manier zichtbaar of tastbaar. De sociale waarde vaak wel, zoals in het geval van Hillbrow, maar ook in diverse andere townships.

Het Orange Cruyff Court en het WorldCoaches programma kunnen niet direct verantwoordelijk gehouden worden voor de lagere criminaliteitscijfers die inmiddels in Hillbrow geschreven worden. Vele andere interventies – door politie, scholen, welzijnswerkers – dragen bij aan de ontspanning van de wijk. Wel maakt het onderzoek duidelijk dat het project bijdraagt aan de gevoelde sociale veiligheid onder jongens en meisjes tot 18 jaar, doordat het zorgt voor minder anonimiteit, een overzichtelijke en veilige omgeving, steun en toezicht. Via de sport blijken sociale competenties overgebracht te kunnen worden die het normbesef vergroten. Ook vergroot het project de sociale binding tussen groepen jongeren en ouderen in de wijk, omdat zij elkaar leren kennen via de activiteiten op het veldje. Dergelijke sociale cohesie draagt ook bij aan de sociale veiligheid.

Het WK als katalysator

Dan blijft de vraag wat dit alles nu met een WK te maken heeft. Voor Zuid-Afrika geldt wat voor Brazilië ook geldt: Er is vanuit de overheid en sportorganisaties niet automatisch aandacht voor grassroots sport, zeker niet in townships en favela’s. Het WK versterkt in eerste instantie natuurlijk de aandacht voor topsport, maar de schijnwerper van de internationale gemeenschap zorgt er ook voor dat ook andere kenmerken van de Zuid-Afrikaanse en Braziliaanse samenleving in het zicht komen. Zoals de grote verschillen tussen arm en rijk en het ontbreken van sportaanbod en –faciliteiten voor grote delen van de bevolking.

Het WK werkt op deze manier als een katalysator voor maatschappelijke sportprojecten. Internationale NGO’s trekken graag met hun projecten naar landen waar zij, via het voetbal, aandacht kunnen genereren. FIFA neemt social legacy expliciet op in haar voorwaarden voor het organiserende land. En veel deelnemende landen, zoals Nederland, willen graag iets blijvends achter laten en de lokale bevolking danken voor de gastvrijheid. Zo lieten de KNVB en het Nederlands Elftal niet alleen een veld en programma achter in Hillbrow, maar ook in Krakow en Charkow tijdens het EK 2012 en sinds kort ligt er een gloednieuw kunstgrasveld in Rio de Janeiro.

Natuurlijk, een deel van deze projecten is opportunistisch van aard en lang niet alle partijen zetten een langdurig programma op zoals in Hillbrow. Desalniettemin biedt een WK mogelijkheden om bij te dragen aan maatschappelijke vraagstukken. In Brazilië al helemaal, omdat snel na het vertrek van de voetbalkaravaan in en rondom Rio de Janeiro de Olympische familie zal neerstrijken. De internationale gemeenschap zal mee blijven kijken naar de sociale ontwikkelingen in de favela’s en nieuwe (sport)organisaties zullen zich uitgenodigd voelen actie te ondernemen.

Rio de Janeiro, juni 2014

Tegenover het legendarische Maracanã-stadion, de locatie van de finale van het WK 2014, bezoek ik een van de oudste favela’s van Rio: Mangueira. De ingang van de wijk wordt gemarkeerd door een versleten kunstgrasveldje en de tijdelijke huisvesting van de veiligheidspolitie. Daar vlakbij, in een eenvoudige bovenwoning, tref ik een groepje jongens en meisjes tussen de 6 en 12 jaar. Zij concentreren zich op rekensommen uit Nederlandse schoolboeken. Edna Silveira onderwijst de kinderen, die allen uit ontwrichte gezinnen komen. Even later zie ik de kinderen op het kunstgrasveldje tijdens een partijtje voetbal. Trots vertellen ze dat ze een paar keer per week zelfs naar de tennisbanen naast het Maracanã-stadion mogen. Daar krijgen ze dan training in deze –  normaal alleen voor de elite toegankelijke – sport.

De rekenles, het partijtje voetbal en de tennistraining maken deel uit van het sport- en educatieprogramma Estrela de Favela, dat is opgericht door Edna, samen met de Nederlander Edwin Roodenburg. Edna is gepassioneerd over haar werk, maar de toekomst van het project is onzeker: Estrela de Favela wordt niet ondersteund door de Braziliaanse overheid en is geheel afhankelijk van donaties, vooral uit Nederland. Edwin heeft zijn hoop daarom gevestigd op het WK. Dankzij de aandacht voor het toernooi, en daarmee ook voor sport in de favela’s, is zijn project ‘ontdekt’. Tijdens het WK ontvangt hij bedrijven en journalisten in de bovenwoning: “Wie weet gaan zij het project ondersteunen”.

Het WK kan zo wel eens tot onvermoede legacy leiden. Ik spreek af met Edna en Edwin om over een jaar terug te komen. Dan gaat Estrela de Favela deel uit maken van een nieuw onderzoek van de Universiteit Utrecht naar de maatschappelijke nalatenschap van het WK. Ditmaal niet in de townships van Johannesburg, maar in de favela’s van Rio de Janeiro.   

Winst

Er zijn genoeg redenen om kritisch te zijn en te blijven als het gaat om de kosten en opbrengsten van het WK voetbal. Geen enkele inwoner van een township in Zuid-Afrika of een favela in Brazilië heeft de kans gehad een wedstrijd bij te wonen. Tegelijkertijd komen de kosten van beide toernooien voor een groot deel, via belastingen, terecht bij de lokale bevolking en de opbrengsten verdwijnen in de zakken van de FIFA en haar sponsors. Maar toch. De achterstandswijken in Johannesburg en de favela’s in Rio de Janeiro hebben ook de kans gekregen blijvende verandering aan te brengen in hun wijk. Dat is ook van waarde, sterker, het is pure winst. Met dank aan het WK.

Dit artikel verscheen in AGORA magazine, november 2014