Spannend

Posted on 20 november 2017

0


Misstanden wennen. De tijd dat ik van mijn stoel viel als ik hoorde over een corrupte Olympische bestuurder ligt achter me. Ook een nieuwe onthulling over systematisch dopinggebruik brengt me niet meer van mijn stuk. Een bericht over UEFA en FIFA die belastingontduiking mogelijk maken? Het laat me koud.

Dat is jammer voor Play The Game. Tijdens eerdere congressen van deze Deense organisatie liep ik met rode oortjes rond. In spannende sessies deden dappere klokkenluiders en gedreven onderzoeksjournalisten boekjes open over boevenbendes in het voetbal, volleybal, handbal – welke sport eigenlijk niet? Maar anno 2017 moet Play The Game erkennen dat niet alleen bij mij de gewenning is ingetreden. Het congres – dit jaar van 26 tot 30 november in Eindhoven-  richt zich nu vooral op structurele maatregelen die wantoestanden in sportbestuur moeten voorkomen. Terecht, want we kunnen er niet op blijven vertrouwen dat de FBI ons komt redden in tijden van nood, zoals zij deed in het geval van de FIFA.

Ook vrees ik dat we er niet op kunnen vertrouwen dat corruptie en fraude bij onze landsgrenzen halt houden. De sportbonden in Nederland zijn nu eenmaal onlosmakelijk verbonden met de internationale federaties, waar volgens sprekers op Play The Game congressen allerlei frauduleuze types rondlopen. Bovendien is gebleken dat organisaties in ons land ook wel eens frauderen (denk aan woningcorporaties) of kampen met integriteitskwesties (denk aan de VVD). Waarom zou het in de Nederlandse sportsector niet mis kunnen gaan?

Tijd dus om de Nederlandse maatregelen ter bevordering van goed sportbestuur tegen het licht te houden. In 2005 al gidste jurist Jan Loorbach de sportbesturen richting dertien aanbevelingen, opgetekend in de Code Goed Sportbestuur. Ik heb deze Code weer eens nagelezen en stel – heel geruststellend – vast dat de meeste van deze aanbevelingen nog altijd waardevol en geldig zijn. Maar kunnen we rustig gaan slapen?

Nee. Over de aanleiding voor het opstellen van de Code schrijft Loorbach destijds dat ‘(…) sportbonden zich in een bijzonder dynamische omgeving bevinden, en zich geconfronteerd zien met snel wijzigende omstandigheden en toenemende gecompliceerdheid van de taken.’ Dit is twaalf jaar na zijn geschrift misschien nog wel meer waar dan toen. Ten eerste vanwege de internationale en nationale fraudezaken. Ten tweede omdat de Nederlandse bonden worstelen met vragen over representatie en efficiëntie. Zij zoeken naar nieuwe structuren die de aloude verenigingsstructuur kunnen vervangen. Dit kan gevolgen hebben voor het democratisch gehalte van en het toezicht op de bonden – kernelementen van goed sportbestuur.

Ten derde, en dat vind ik het belangrijkst, zijn de opvattingen in onze samenleving over wat mag en niet mag veranderd. We zijn in twaalf jaar tijd strenger geworden en willen koppen zien rollen als het ergens fout gaat. We zijn, kortgezegd, dwingender geworden. En laat de Code Goed Sportbestuur nu bij uitstek zijn best doen om niet dwingend te zijn. Het adagium luidt: pas de aanbevelingen toe of leg uit waarom je dat niet doet. Dat paste uitstekend in 2005, maar het huidige tijdgewricht vraagt om minder vrijblijvendheid.

Aanleiding genoeg dus om een discussie over de Code Goed Sportbestuur te openen. Bijvoorbeeld tijdens het Play The Game congres. Wordt het daar toch weer spannend.

Deze column verscheen in Sport & Strategie, november 2017.