Winaars of watjes?

Posted on 9 januari 2018

0


De buitensporten houden hun jaarlijkse winterslaap. Dé mogelijkheid voor coaches om eens rustig terug te kijken op de eerste seizoenshelft. Als goedwillende amateurcoach doe ik dat ook. Onder de kerstboom vraag ik me af of mijn jeugdspelers beter zijn geworden, we voldoende hebben gewonnen en of iedereen nog lol heeft. Conclusie: het kan altijd beter.

Op zoek naar een passende aanpak voor na de winterstop dacht ik terug aan een interview met Erik ten Hag in Voetbal International. De huidige Ajax-coach fulmineert daarin tegen de nieuwe opzet van het jeugdvoetbal. Alles moet maar leuk zijn, zo spuwt de trainer zijn gal. Het vervangen van scheidsrechters door spelleiders en het niet bijhouden van ranglijsten – het leidt maar tot kinderen die niet weten hoe ze met autoriteit moeten omgaan en die niet gericht zijn op winnen. Ten Hag’s boodschap is duidelijk: als ik het spelplezier centraal stel kweek ik geen winnaars, maar watjes.

In mijn hoofd ontstond direct een plan om het prestatieklimaat onder mijn 12-jarige Derde Klasse-spelers te verbeteren. Met vijf keer trainen per week en een paar proteïneshakes viel er vast nog wel wat van te maken. Tot mijn oog viel op een discussie over het opleiden van jonge hockeytalenten. Op hockey.nl  las ik dat oud-international Rob Reckers juist gruwelt van proteïneshakes. Hij schreef: ‘Kids die vijf keer per week trainen. Doe ff normaal’. Hij kreeg steun van Max Caldas. De mannenbondscoach – toch niet vies van winnen –  stelde over zijn eigen en andermans kinderen: ‘Of ze presteren vind ik totaal onbelangrijk’. Beide hockeyers maken zich grote zorgen dat te veel nadruk op winnen zorgt voor het afbranden van onze kinderen. Zit wat in.

Het prestatieplan kon uit dus uit mijn hoofd en werd vervangen door een aanpak met spelvormen zonder competitie-element en een gezellig glaasje ranja na afloop. Maar ik las ook dat de KNHB het daarmee niet eens zou zijn. De hockeybond heeft als uitgangspunt van beleid dat hockey een spel is dat je speelt om te winnen. De signalen van de KNVB zijn meer ambigu: zij willen dat kinderen plezier hebben in het voetbal, maar de rationale hiervoor vindt de bond in haar plan getiteld ‘Winnaars van morgen’.

Daar zat ik dan. Middenin het eeuwige spanningsveld van de sport – dat tussen winnen en spelplezier. Al snel trok ik nog een conclusie: ik kan niet uit de voeten met een keuze tussen Kamp-Ten Hag en Kamp-Reckers/Caldas. De terugblik onder de kerstboom leerde me dat aandacht voor winnen binnen mijn team niet te koste hoeft te gaan van het spelplezier. Sterker, winnen draagt er aan bij. Tegelijkertijd hoeft een focus op spelplezier niet te betekenen dat er niet gepresteerd kan worden of dat verliezen geen onderdeel meer is van het spel.

Kortom, ik kom niet verder dan een compromis tussen winnen en spelplezier. Het zal best dat ik op deze manier geen absolute winnaars creëer, en het zal ook niet altijd voor iedereen leuk zijn, maar ik verheug me wel op de tweede seizoenshelft.

Deze column verscheen in Sport & Strategie, januari 2018

Posted in: Column, Opinie