Brandgevaar

Posted on 22 augustus 2018

0


De tijd dat het heffen van contributie voldoende was om een sportvereniging in leven te houden ligt ver achter ons. De huidige leden willen een fatsoenlijke accommodatie, de bonden eisen gediplomeerde trainers, gemeenten verwachten maatschappelijke inzet en bestuurders wensen zo hoog mogelijk te spelen. Dat kost bakken vol met geld.

Dus is de sportvereniging continu op zoek naar aanvullende financiering. De slager op de hoek krijgt de lokale voetbal-, hockey- en volleybalclub regelmatig over de vloer, maar kan zijn sponsorbudget slechts één keer uitgeven. De subsidieloketten van de lokale overheid worden driftig bezocht, maar de voorwaarden en eisen maken het indienen van een voorstel niet altijd aantrekkelijk. Tegelijkertijd is een gemiddelde club met eigen accommodatie voor maar liefst 50% van haar begroting afhankelijk van externe financiering. Dat leidt tot brandgevaar.

Want in deze situatie is het voor clubs heel aantrekkelijk in zee te gaan met die toffe peer in die grote auto, die nooit lijkt te hoeven werken en in zijn binnenzak altijd een stapeltje 50 euro-briefjes heeft, als hij aanbiedt talentvolle spelers te betalen en een goede trainer aan te trekken. Of luistert een vereniging graag naar die vriendelijke weldoener die voorstelt een nieuwe accommodatie te bouwen en daar vervolgens gehandicapte kinderen gratis wil laten sporten. Zeg daar maar eens ‘nee’ tegen.

Dat gebeurt dan ook niet altijd. Op zich is dat geen probleem, ware het niet dat dergelijke toffe peren en vriendelijke weldoeners hun geld ook wel eens verdienen met hennepteelt en xtc-productie. Voor je het weet wordt de club benut om zwart geld wit te wassen en invloed uit te oefenen op het lokaal bestuur in dorp of wijk. Of hopen deze geldschieters door hun aanwezigheid in de vereniging hun criminele activiteiten te normaliseren: toffe peren en weldoeners worden nu eenmaal niet graag verlinkt.

Burgemeesters, politie en openbaar ministerie waarschuwen dat verwevenheid van sportclubs met het criminele circuit steeds vaker voorkomt en zoeken naar een oplossing. Het zou natuurlijk enorm helpen als iedereen zou stoppen met consumeren van verboden pilletjes, poedertjes en plantjes, maar daar schijnt zelfs de grootste optimist niet in te geloven. Andere opties zijn een totale oorlog tegen de drugsproducenten of juist het volledig legaliseren van het gebruik. Dat is politiek voorlopig onhaalbaar. Blijft over: het weerbaar maken van de sport.

Daar valt zeker nog winst te boeken. Bestuurders zouden best wel eens een keertje kunnen googelen om uit te vinden wie de toffe peer of weldoener eigenlijk is en wat zijn belang is om te investeren. Niet ieder aanbod hoeft geaccepteerd te worden. Ook zouden ze zich kunnen afvragen of torenhoge sportieve ambities, met dito prijskaartje, eigenlijk wel verstandig zijn. Niet iedere club kan op het hoogste niveau spelen en er zijn ook andere manieren om een mooie club te creëren.

Desondanks zal de financiële kwetsbaarheid bij clubs blijven leiden tot brandgevaar. De beste brandwering is daarom het versterken van de financiële positie van sportverenigingen. Daar ligt een schone taak voor de overheid. De burgemeesters, de politie en het openbaar ministerie zitten in elk geval dicht bij dat vuur.

Deze column verscheen in Sport & Strategie, editie augustus 2018.