Nooit meer

Posted on 8 januari 2019

0


Het is al weer zes jaar geleden dat Michael van Praag uitriep: “Dit. Mag. Nooit. Meer. Gebeuren.” Even ervoor was grensrechter Richard Nieuwenhuizen overleden na mishandeling op een voetbalveld. Iedereen was het met Van Praag eens; vanaf nu moest het afgelopen zijn met gewelddadig gedrag binnen en langs de lijnen van sportvelden.

Het goede nieuws is dat sindsdien nooit meer iemand is doodgeslagen op een Nederlands sportveld. In die zin is Van Praags hartenkreet gehoord. Zelf sta ik wekelijks langs de lijn en dat gaat vrijwel altijd goed. Al valt er best te twisten over hoe leuk het fanatisme van veel ouders, spelers en coaches is. En, eerlijk is eerlijk, ik schrik ook wel eens van mijn eigen emoties.

En heel soms gaat het nog echt mis. Nieuwsuur sprak met diverse scheidsrechters uit de lagere regionen van het amateurvoetbal en stelde vast dat velen van hen te maken hebben met geweldincidenten. Precieze cijfers ontbreken, waardoor het moeilijk is vast te stellen of het probleem groter wordt, maar om een nieuw buitenproportioneel geweld te voorkomen werd alvast de noodklok geluid. De KNVB reageerde daadkrachtig. Zij wil voortaan stadsmariniers, reservisten of voormalige agenten inzetten bij risicovolle amateurwedstrijden en probleemclubs.

Ik begrijp de zorgen en reactie van de KNVB. Een jaar geleden sloot ik mezelf enige tijd op in een kleedkamer om woedende leiders van de tegenpartij van me af te houden. Dat zijn geen prettige ervaringen. Op zo’n moment denk je: waar is hier de sterke hand die mij kan beschermen?

Maar toch betwijfel ik of het inzetten van stadsmariniers, reservisten of voormalige agenten verstandig is. De socioloog Elias benoemde enkele decennia geleden al het kernprobleem van de sport: enerzijds zorgt het voor aangename opwinding en een plezierige uiting van emoties, anderzijds moeten we zorgen dat emotiebeheersing onder controle blijft. Dat kernprobleem zal blijven bestaan, hoeveel uniformen ook langs de kant staan.

Bovendien zal het een ander probleem versterken. In het dagelijks leven zitten we vaak in een keurslijf: onze kinderen moeten op school braaf in de bankjes zitten en zich gedragen, volwassenen hebben zich te houden aan allerlei (impliciete) normen die bij onze beschaving horen. We moeten continu op ons tellen passen – voor we het weten maken we een verkeerde opmerking of grap, met grote gevolgen. Blijkbaar hebben we een uitlaatklep nodig en die vinden we vaak op het sportveld. Met streng toezicht op de velden zal de druk om in de pas te lopen ook daar groter worden, waardoor de kans op excessen op de plekken waar het toezicht ontbreekt juist toeneemt. Stadsmariniers kunnen nu eenmaal niet overal zijn.

Is het sportveld dan een vrijplaats voor asociaal gedrag? Natuurlijk niet. Maar het is wel een plek waar geweld en emoties gekanaliseerd kunnen worden, stoom kan worden afgeblazen, nieuwe verhoudingen kunnen worden getest. Dat is moeilijk en dient te worden begeleid. Maar meer zichtbaar gezag en uniformen langs de lijn is een symbolisch lapmiddel met een vervelend bijeffect. Mijn advies: Doe. Het. Niet.

Deze column verscheen in Sport & Strategie, editie januari 2019

Posted in: Column