Van scouting naar gen-identificatie

Posted on 25 maart 2019

0


Verontrustende berichten uit China. Voor het eerst kwamen daar genetisch veranderde baby’s ter wereld. De wereld reageerde geschokt; dit was onethisch en zelfs krankzinnig. De wetenschapper in kwestie, Jiankui He, werd snel geschorst. Maar ik dacht meteen: Daar gaan we met onze top-10 ambitie. Want als het mogelijk is om mensen zodanig genetisch te veranderen dat ze geen HIV kunnen krijgen, dan lijkt mij de stap naar gen-doping een hele kleine. En is ons topsportbeleid – met investeringen in infrastructuur, coaches en medische begeleiding – tamelijk zinloos.

Maar vooralsnog bespeur ik geen reactie in de Nederlandse sport. NOC*NSF investeert niet in  reageerbuizen in het laboratorium, maar in ouderwetse talentherkenning op het sportveld. In dit land is iedereen nog steeds overtuigd van het idee dat talent pas te herkennen is ná de geboorte.

Ondanks het conservatisme verandert de sport wel degelijk. Zo staat de aloude manier van talentscouting onder druk. Daarmee doel ik op scouts die talent selecteren op basis hun huidige ‘performance’: wie het nú goed doet in zijn of haar leeftijdscategorie krijgt de meeste aandacht, de beste trainers en de beste materialen. Deze manier van scouten is vooral prettig voor jeugdtrainers die op korte termijn willen presteren. Maar op de langere termijn zegt het vaak niets: een 8-jarige talentvolle judoka kan op 16-jarige leeftijd geen zin meer hebben of te klein van stuk zijn gebleven. Bovendien lopen we op deze manier veel talent mis vanwege het beruchte geboortemaand-effect: wie in januari is geboren, heeft een grotere kans geselecteerd te worden dan iemand die in december van datzelfde jaar het levenslicht zag – simpelweg omdat hij/zij lichamelijk verder is ontwikkeld.

Vanwege deze gebreken vindt er een opmars van de lange termijn aanpak plaats. Die staat voor scouting op basis van ‘potential’. Daarbij gaat het niet zozeer om de prestatie nu, maar om de veronderstelde kwaliteiten en de motivatie van de pupil in de toekomst. NOC*NSF geeft het voorbeeld. De koepel organiseert sinds 2014 talentdagen. Daarin ondergaan kinderen allerlei tests en metingen die moeten uitwijzen welke sport fysiek het best bij ze past en waar ze later in kunnen uitblinken. Toch blijven, ondanks de degelijke berekeningen, toekomstvoorspellingen een hachelijke zaak. Want het gaat niet alleen om de toekomst van het kind, maar ook om de toekomst van de sport: voor je het weet selecteer je kinderen die over 10 jaar voldoen aan de eisen van nu, maar moeten presteren in een sport die volledig is geëvolueerd en vraagt om atleten met heel andere kenmerken.

Ik constateer dat zowel de korte termijn aanpak van talentherkenning (gericht op ‘performance’) als de lange termijn aanpak (gericht op ‘potential’) geen garantie is op succes. Daarom pleit ik voor de nóg langere termijn aanpak. Die moet – met de ontwikkelingen in China in gedachte – gericht zijn op gen-identificatie in plaats van talentidentificatie. Als NOC*NSF wil vasthouden aan de top 10-ambitie dan is het organiseren van talentdagen goed, maar zoeken naar het telefoonnummer van Jiankui He beter.

Deze column verscheen in Sport & Strategie, maart 2019.

Posted in: Column, Opinie