Moet dat nu weer?

Posted on 4 juni 2019

0


Nog altijd zie ik de gruwel in het gezicht van mijn Duitse collega voor me. Vol afschuw keek hij, een gerenommeerd econometrist, naar zijn complexe modellen en formules. Die lieten een negatief resultaat van het WK voetbal in 2006 zien. En dat terwijl hij voelde, nee wíst dat er iets wezenlijks ten goede was gekeerd in zijn land. Want sinds lange tijd waren de Duitsers blij met hun voetbalelftal – dat inderdaad leuk en fris speelde -, maar vooral durfden zij voor het eerst na de Tweede Wereldoorlog weer trots te zijn op hun land. Het zwaaien met Duitse vlaggen kon weer. Iets dat tot dat WK was voorbehouden aan mensen met bedenkelijke politieke opvattingen. Mijn collega concludeerde dat Duitsland met het WK wel degelijk een positief resultaat had geboekt, ondanks de uitkomsten van zijn wetenschappelijke berekeningen.

Gelukkig hebben onderzoekers sindsdien de nodige vooruitgang geboekt. Al blijft het moeilijk om de maatschappelijke opbrengsten van grote sportevenementen heel precies en in cijfers uit te drukken. Na de Tourstart in 2015 in Utrecht, bijvoorbeeld, waardeerden Utrechters dat mega-event met een 8,4. Weliswaar een precies cijfer, en ook nog eens extreem hoog, maar het drukte niet uit wat ik voelde, nee wíst toen ik destijds door de stad liep: zelfs de meest cynische Utrechters waren trots geworden op hun stad – dankzij de mooie beelden die de wereld overgingen en de gevoelde saamhorigheid.

De hoge waardering en gevoelde trots van toen zijn de belangrijkste redenen waarom Utrecht, deze keer samen met de provincie Brabant, op herhaling wil. In 2020 gaat de Vuelta er van start. Daarmee realiseert Utrecht een unieke ‘grand slam’: nooit eerder startten de drie grote wielerrondes (de Giro reed in 2010 al langs de Dom) in één stad. Dat leidt niet meteen tot brede euforie. Om me mee heen hoor ik Utrechters zuinig vragen: moet dat nou weer? Volgens deze cynici wordt het toch nooit meer zo mooi als bij de Tour, dat bovenal een veel groter en bekender evenement is.

Het hoge waarderingscijfer zegt duidelijk niets over de lange termijn. Maar de gemeente, de provincie en het bedrijfsleven, samengevoegd in het businesspeloton, staan te popelen om het Tour-feestje over te doen. Ook de echte wielerfanaten verheugen zich. Ik snap dat. De stad heeft geleerd van de ervaringen met de Giro en de Tour, kan het evenement benutten ter bevordering van gezond stedelijk leven en als Mathieu van der Poel overgehaald kan worden om mee te doen aan de Vuelta, dan is spektakel op de weg sowieso gegarandeerd.

Als het allemaal uitpakt zoals gehoopt zal de Utrechter weer trots zijn en kunnen wetenschappers een nieuwe poging wagen om deze trots en andere maatschappelijke effecten in beeld te brengen. De enigen die de Vuelta echt moeten vrezen zijn de eerdergenoemde wielerfanaten. Hun records op Strava zullen bij bosjes sneuvelen wanneer het peloton over ‘hun’ segmenten heen dendert, zeker met Van der Poel op kop. Geluk bij een ongeluk: dat verlies is in elk geval goed meetbaar.

Deze column verscheen in Sport & Strategie, editie juni 2019.