O, o Den Haag

Posted on 5 november 2019

0


Harrie Jekkers zong zijn klassieker over Den Haag, de mooie stad achter de duinen, al in 1982. Maar juist dit jaar is het refrein ervan niet uit mijn kop te krijgen. Als vanzelf zing ik ‘O, o Den Haag’ bij nieuws over een opgestapte burgemeester, van corruptie verdachte wethouders en bestuurlijk gekonkel bij ADO. Dat zingen doe ik niet, zoals Jekkers, blijmoedig en uit eerbied voor de stad. Maar hoofdschuddend, uit ongeloof over wat ik lees.

Het ‘O, o Den Haag’ is ook nooit ver weg als ik sociale rapportages over steden bestudeer. Vooral de cijfers over het Haagse stadsdeel Zuidwest stimuleren mijn hoofdschuddend gezang. Ga maar na: het stadsdeel kent een eenzijdig en verouderd woningaanbod met 70% huurwoningen, 43% van de bewoners ervaart een matige tot slechte gezondheid, de sportdeelname ligt er met 45% ver onder het landelijk gemiddelde en bewoners hebben significante achterstanden op het gebied van werk, inkomen en opleiding. Een ander verontrustend cijfer: slechts 36% van bewoners voelt zich thuis in hun wijk.

De rapporten suggereren een verband tussen deze cijfers en de gigantische diversiteit onder de bewoners. Meer dan 170 nationaliteiten wonen in Zuidwest, ontstaan uit oude en nieuwe migratie. Deze diversiteit heeft positieve effecten, zoals de groei van het innovatief vermogen van de stad, maar ook negatieve. Met name de onderkant van samenleving lijkt moeite te hebben met de veranderingen. En dat deel van de samenleving woont in Den Haag dus vooral in Zuidwest.

In Denemarken zouden politici op basis van dergelijke cijfers het stadsdeel direct bestempelen als ‘gettowijk’ en met rigoureuze, van hogerhand opgelegde maatregelen de achterstanden te lijf gaan. Klaas Dijkhoff van de VVD schijnt fan te zijn van de Deense getto-aanpak. Ik niet. Want cijfers zeggen niet alles en het plakken van dergelijke stempels gaat voorbij aan de kansen en energie die in de wijk aanwezig zijn.

Kijk bijvoorbeeld naar de sport. Wat de rapporten niet laten zien is dat Zuidwest een rijke sportgeschiedenis heeft en vele prachtig gelegen sportaccommodaties, waaronder de Sportcampus Zuiderpark. Dat biedt kansen, zowel voor de inactieve bewoners als de vaak noodlijdende clubs. Cijfers vertellen ook niet dat sportverenigingen met scholen, buurtsportcoaches en lokale bedrijfjes proberen buurtbewoners te betrekken en kansen te bieden. Zoals bij korfbalvereniging Eibernest, waar moeders in de kantine taalles krijgen terwijl hun kinderen een gymles volgen. En waar ze vervolgens senioren uit de wijk ontmoeten die kort daarvoor aan hun fitheid hebben gewerkt tijdens een dansles.

Daarmee zijn niet meteen alle problemen opgelost. Het benutten van de lokale kracht kan vast nog meer en beter. Vandaar dat de gemeente Den Haag en de Haagse Hogeschool living labs opzetten om nieuwe vormen van samenwerken en samenleven uit te proberen. Met sport en sportclubs als katalysator. Sinds ik meewerk aan het realiseren van deze living labs, herinner ik me ook weer de vervolgzin uit het refrein van Jekkers’ lied: ‘O, o, Den Haag; ik zou met niemand willen ruilen.’ Moge dat snel opgaan voor de bewoners van Den Haag Zuidwest.

Deze column verscheen in Sport & Strategie, editie november 2019.