Sportschaamte

Posted on 10 januari 2020

0


2019 eindigde niet best voor de sport. Dat concludeer ik op weg naar Beijing, een stad zonder bergen die desondanks de Olympische Winterspelen mag organiseren. In 2022 moeten skiërs, snowboarders en toeschouwers honderd kilometer reizen naar een berggebied waar al jaren nauwelijks een sneeuwvlok is gevallen. De Winterspelen trekken nu al wegenbouwers, kunstsneeuwmachines en onderzoekers zoals ik aan. Gezamenlijk schroeven we de CO2-uitstoot flink op. In mijn vliegtuigstoel heb ik niet alleen last van vliegschaamte, ook van Spelen-schaamte.

En dat terwijl ik me ook al geneer voor het voetbal. Voetbaljaar 2019 gaat de boeken in als het jaar van het hoorbare racisme. Op de tribunes van FC Den Bosch, uit de vele kelen van zogenaamde fans elders in Europa. Het dieptepunt kwam uit de bestuurskamer. De Braziliaanse voetballer Taison, spits van Sjachtar Donetsk, was het racisme van de supporters van Dinamo Kiev zo zat dat hij zijn middelvinger opstak tegen het publiek. De Oekraïense voetbalbestuurders vonden dit niet kunnen en gingen zonder pardon over tot schorsing. Niet van het publiek, maar van de aanvaller.

Het voetbal kwam er sowieso niet goed vanaf in 2019. De stapel onderzoeksrapporten die laat zien dat amateurclubs de speelbal zijn van criminelen groeit in recordtempo. Het profvoetbal doet er niet voor onder. De FIOD acht de kans hoog dat er via spelerstransfers crimineel geld wordt witgewassen zeer hoog en houdt de sector nauwlettend in de gaten. Het bericht dat de Rabobank mede om die reden geen leningen meer wil verstrekken aan betaald voetbalclubs kwam dan ook niet als een verrassing.

In andere sporten gaat het helaas niet veel beter. De laatste maanden van 2019 brachten ons bijvoorbeeld Turn!, de documentaire die de blinde ambitie van gymnastiektrainers en ouders ten koste van kinderen genadeloos blootlegde. Ook bleek de ambitie van Alberto Salazar geen limiet te kennen. Hij rekte met het Nike Oregon project de grenzen van de medische begeleiding op, waardoor we nu nooit meer zonder argwaan naar Sifan Hassan kunnen kijken. De monteurs van Ferrari monteerden stiekem een kabeltje dat leidde tot tijdelijke overmacht in de Formule 1 én tot grote woede bij Max Verstappen. De honkballers van Houston Astros bleken niet alleen ballen te vangen en te gooien, maar ook cameraatjes op te hangen, waarmee zij het bespioneren van de tegenstander op een heel nieuw niveau brachten.

Bij al deze berichten is algemene sportschaamte op zijn plaats. Maar enig opportunisme is mij niet vreemd. Op de weg terug van China kijk ik al weer reikhalzend uit naar 2020. Een jaar waarin de Chinezen ongetwijfeld een slimme oplossing zullen bedenken om duurzame Winterspelen te organiseren en de FIOD en Rabobank criminele geldstromen buiten de sport houden. Het wordt een jaar waarin honderdduizenden ouders positief zullen coachen, waarin Nederlanders eensgezind zullen juichen bij prachtige goals van alle kleuren spelers, net als voor de gouden medailles van Sifan Hassan en de wereldtitel van Max Verstappen. En een jaar waarin we zullen lachen om een paar uitglijders van voetbalbestuurders en nederlagen van de Houston Astros. Niks om je voor te schamen.

Deze column verscheen in Sport & Strategie, editie december 2019