Betrokkenheid van minister cruciaal voor meerwaarde Nederlandse Sportraad

Posted on 5 maart 2020

0


In april loopt de eerste termijn van de Nederlandse Sportraad af. Dan heeft deze adviesraad onder leiding van voorzitter Michael van Praag vier jaar gediend en is het aan minister Bruins om te beslissen hoe de toekomst van de NLsportraad eruit ziet. Daarbij is het niet zozeer de vraag óf de NLsportraad een nieuwe termijn verdient, maar vooral hóe zij die inricht.

Evaluatie

Terwijl de NLsportraad zich momenteel buigt over de toekomst van de Nederlandse sportbranche, neemt de minister de tijd voor zijn beslissing. Daarbij kan hij gebruik maken van het evaluatieonderzoek naar de meerwaarde van de NLsportraad dat DSP-groep en USBO Advies recent in opdracht van het ministerie van VWS uitvoerden. Daarin vroegen we interne en externe stakeholders naar hun perceptie van de positie die de NLsportraad zich heeft verworven in het sportlandschap, het functioneren van de NLsportraad als organisatie en de kwaliteit en impact van de adviezen die de raad uitbrengt. In dit artikel zoomen we in op de organisatorische en inhoudelijke positionering van de NLsportraad. Daaruit blijkt dat de rol van de minister cruciaal is.

Bruggenbouwer met multi-interpretabele opdracht

De NLsportraad adviseert de minister van VWS gevraagd en ongevraagd over “alle randvoorwaarden die nodig zijn om sport en sportbeleving mogelijk te maken”. Deze adviesrol is wettelijk vastgelegd. Hiermee onderscheidt de NLsportraad zich onderscheidt van andere (sport)organisaties. Op grond van ons onderzoek concluderen we dat de NLsportraad zich sinds haar oprichting in 2016 duidelijk op de kaart heeft gezet. Het belang van een onafhankelijke, nationale adviesraad die boven de partijen staat, wordt onderschreven door stakeholders uit de sport, overheid en bedrijfsleven. Zij zien de grootste meerwaarde in “domein-overstijgende en intersectorale ‘maatschappij brede’ adviezen waarbij de NLsportraad een rol vervult als verbinder en bruggenbouwer tussen beleidsdomeinen en tussen sport en politiek”. Tegelijkertijd vinden stakeholders dat het bestaan van de NLsportraad het belang van sport als volwaardig beleidsterrein onderstreept, ook richting het ‘eigen’ ministerie van VWS.

Ondanks de meerwaarde die stakeholders toekennen aan de NLsportraad, is de verhouding en rolverdeling tussen de verschillende spelers in het sportlandschap, met de NLsportraad als nieuwe speler, nog niet uitgekristalliseerd. Er is veel onduidelijkheid over opdracht en positie van de raad. Dit komt onder andere doordat de opdracht aan, de doelstelling van, en de uitvoering hiervan door de NLsportraad op zichzelf multi-interpretabel zijn. De verschillende perspectieven, belangen en verwachtingen waarmee stakeholders naar de NLsportraad kijken, bepalen – logischerwijs – voor een deel de interpretatie.

Weinig interactie met minister

In het onderzoek concluderen we dat de NLsportraad haar meerwaarde kan vergroten door het herijken van, en het communiceren over, haar opdracht, doelstelling en visie. Hierbij is de dialoog tussen de raad, de minister en het ministerie van VWS essentieel. Hoewel minister Bruins in zijn reactie op het evaluatieonderzoek aangeeft het belang van de NLsportraad in te zien, vraagt dit in de praktijk om een verandering in de betrokkenheid van de minister. Zo is de afgelopen jaren niet meer dan twee keer een adviesaanvraag gedaan door de minister. Navraag bij andere adviesraden laat zien dat het ook anders kan. Dergelijke adviesraden, zoals de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) en de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming (RSJ), worden door hun ministeries gezien als hét aanspreekpunt of dé sparringpartner. Deze adviesraden kiezen zelf de onderwerpen waarover zij adviseren en onderzoeken laat uitvoeren, maar stemmen dit voortdurend af met de verantwoordelijke ministers. De NLsportraad agendeert en adviseert daarentegen vooral op eigen initiatief. Er is weinig interactie met de minister wat betreft afstemming over onderwerpen en rolinvulling.

Herijking

Duidelijk is dat in een nieuwe termijn van de NLsportraad de rol van de minister meer betrokken en sturend kan en, in de ogen van de meeste stakeholders, zou moeten zijn. Structureler formeel én informeel overleg kan hierbij helpen. Maar belangrijker nog is om gezamenlijk te komen tot meer scherpte in de herijking van de opdracht, doelstelling en visie van de NLsportraad. Deze dialoog zou, zo adviseren wij op basis van het onderzoek, vooral moeten gaan over de vraag of de NLsportraad zich (met name) op sport specifieke thema’s of op maatschappij brede thema’s moet richten, en (vooral) concreet toepasbare adviezen met impact op de korte termijn of strategischer adviezen met impact op de lange termijn moet uitbrengen. Daarnaast kan het helpen als de minister de (herijkte) opdracht van de NLsportraad nog eens onder de aandacht brengt en het belang ervan onderstreept. Het woord is nu aan minister Bruins.

Ineke Deelen en ik schreven dit artikel voor Sport & Strategie, editie maart 2020. We voerden het evaluatieonderzoek uit met Paul Duijvestijn, Bram van Dijk en Ronald Nijboer van DSP-Groep.