Collectief gezond

Posted on 4 augustus 2020

0


The Magnificent Seven. Zo noemde Joop Alberda tijdens een radio-interview de zeven kopstukken uit de sport die het pamflet ‘Bewegen, het nieuwe normaal’ lanceerden. De zeven pleiten voor meer sport en bewegen als medicijn tegen welvaartsziekten en als manier om de zorgkosten in toom te houden. Geen zinnig mens is hier tegen, ook Kamerleden niet, en dus nam de Tweede Kamer voor het zomerreces unaniem een motie aan om in verschillende sectoren sport en bewegen te stimuleren.

Knap werk van de Seven. Maar ik zou de regering, die vanwege de motie nu met een plan moet komen, dringend willen adviseren zich via sport en bewegen niet alleen te richten op het verbeteren van de individuele gezondheid van Nederlanders. We hebben in de lockdown namelijk niet alleen te veel stil gezeten, wat slecht is voor ieders persoonlijke gesteldheid, maar ook onze collectieve gezondheid heeft een knauw gekregen. We dachten allemaal veilig te zitten in onze bubbel, maar dat heeft ons als land bepaald niet dichter bij elkaar gebracht. Ik vrees dat onze meningen, aangemoedigd door de algoritmes van Facebook en Twitter, in onze bubbels iets te vaak zijn bevestigd, waardoor we met zijn allen de nuance zijn kwijt geraakt. Ga maar na: je bent óf voor de anderhalvemeter-samenleving óf tegen de viruswaanzin, óf voor Johan Derksen óf tegen zwarte Piet. Erg ongezond.

Dus wens ik dat de regering in haar plan het stimuleren van de collectieve gezondheid opneemt. Dat kan ook via sport. Want wat ons de afgelopen maanden als samenleving vooral ongezonder heeft gemaakt is het ontbreken van de fysieke, échte ontmoeting met iemand die net wat anders tegen de wereld aankijkt. Het type ontmoeting dat zo gemakkelijk en spontaan op en rond het sportveld ontstaat.

Zelf heb ik die ontmoetingen ontzettend gemist. Zoals de onverwachte gesprekken met ouders langs de lijn van onze dorpsclub. De varkenshouder, aannemer en salesmanager; zij hebben soms andere opvattingen dan de mensen in mijn dagelijkse bubbel. Niet dat mijn mening over #viruswaanzin of #blacklivesmatter er meteen door zou zijn veranderd, of die van hen, maar zulke gesprekken zorgen meestal wel tot meer begrip voor elkaars standpunten en ze leiden in elk geval nooit tot moddergooien en schelden, zoals op social media.

Dit zijn de waardevolle ontmoetingen waar de samenleving er niet genoeg van kan hebben. Ze zijn een belangrijk positief bijeffect van sport. Laat de regering in haar plan dus niet vergeten om dit bijeffect te koesteren en te stimuleren. Dat betekent, naast het bevorderen van een gezonde leefstijl, vooral het aanmoedigen om sámen te sporten en te bewegen, liefst in een omgeving waar je onverwacht andersdenkenden kunt tegenkomen. Zoals de vereniging en de sportschool.

Vervelend genoeg zijn juist verenigingen en sportscholen kwetsbaar gebleken in de Corona-tijd. Ze zijn veel inkomsten misgelopen en moeten hun leden weer aan zich zien te binden. Het is belangrijk dat de regering oog heeft voor deze kwetsbaarheid en erkent dat het uitermate gezond is voor de samenleving om de clubs te ondersteunen. The Magnificent Seven is het ongetwijfeld met me eens.

Deze column verscheen in Sport & Strategie, editie augustus 2020.