Gezonde gebiedsontwikkeling: een brug tussen sport en preventie

Posted on 17 augustus 2020

0


Op het oog hebben het Sportakkoord en het Preventieakkoord veel overeenkomsten, zowel op landelijk als lokaal niveau. Beide streven naar een gezonde leefomgeving en sociale inclusie en zien daarin een belangrijke rol weggelegd voor sport en bewegen. Toch blijkt in de praktijk dat het verenigen van maatschappelijke doelen op het gebied van sport en preventieve gezondheid niet vanzelfsprekend is. Zo stelt de recent verschenen discussienota van de NLsportraad over de toekomst van de sport dat ‘de sport’ nog onvoldoende aangesloten is bij het Preventieakkoord, en dat ‘de zorg’ nog een lange weg te gaan heeft om sport en bewegen een structurelere plek te geven in het aanbod.

Daarmee is de vraag: hoe kan een brug geslagen worden tussen sport en preventie? Samenwerken aan ‘gezonde gebiedsontwikkeling’ zou wel eens een deel van het antwoord kunnen zijn, zo leert onze recente ervaring met de Utrechtse Child Health Campus. In dit artikel gaan we in op hoe gezonde gebiedsontwikkeling, als collectieve uitdaging, eruitziet, en wat het belang voor de sport daarbij is.

Gezonde gebiedsontwikkeling: Child Health Campus

Waar gebiedsontwikkeling van oudsher vooral het terrein is voor stedenbouwkundigen, planologen, en architecten, lijken initiatieven voor een gezonde en inclusieve leefomgeving juist vooral lokaal en bottom-up te ontstaan met nieuwe belanghebbenden. Bij dit soort gebiedsontwikkeling zijn publieke en private organisaties betrokken en haakt idealiter zowel de sport- als de zorgsector aan.

De Child Health Campus is een voorbeeld van een gezonde gebiedsontwikkeling. Deze campus, ontstaan als legacy van Le Grand Départ van de Tour de France in Utrecht (2015), is een initiatief vanuit het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) en het UMC Utrecht. De Child Health Campus wil bijdragen aan een gezonde leefomgeving op het Utrecht Science Park, en uiteindelijk het Utrecht Science Park (inter)nationaal sterker op de kaart te zetten. In eerste instantie richt de Child Health Campus zich op (zieke) kinderen en hun sociale omgeving – voor wie het gebied rondom de academische ziekenhuizen vaak geen prettige, eerder stressvolle, verblijfsplek is. Spelen, bewegen en sporten staan centraal en daarmee raakt de Child Health Campus zowel aan landelijke als lokale beleidsdoelen gericht op gezondheid en inclusie.

Niet concurreren maar verbinden

Het valt op dat bij de ontwikkeling van de Child Health Campus al vroeg in het proces allerlei stakeholders zijn betrokken. Wat maakt dat partijen, van de gemeente, de Universiteit en de Hogeschool tot aan de studentensport, bereid zijn samen te werken aan een gezondere leefomgeving rondom de campus? Dit zit hem vooral in het feit dat de Child Health Campus ‘echt’ gerealiseerd wordt in de openbare ruimte en een tastbare, groene, infrastructuur belooft te worden. Stakeholders vinden deze fysieke living lab setting kansrijk om kwetsbare doelgroepen actief te betrekken bij zorg, onderzoek, onderwijs, sport en bewegen.

Waar veel partijen samenwerken aan gezonde gebiedsontwikkeling spelen altijd verschillende belangen. Bij de Child Health Campus lijken die belangen juist samen te komen. Zo zien stakeholders de Child Health Campus niet als een nieuw en concurrerend programma, maar als een plek die kan uitgroeien tot een creatieve broedplaats en een fysieke infrastructuur die via ontmoeting zorgt voor inspiratie, kennisontwikkeling, innovatie en community building. De Child Health Campus heeft, in de ogen van stakeholders, vooral meerwaarde in een rol waarin zij bestaande programma’s, initiatieven en partijen binnen de driehoek (mbo, hbo, en wo) onderwijs, (praktijkgericht en fundamenteel) onderzoek en de (beroeps)praktijk met elkaar verbindt.

Het belang voor de sport

Gezonde gebiedsontwikkeling is dus concreet, biedt mogelijkheden tot vernieuwing, leidt tot veel enthousiasme en dient meerdere belangen. Het biedt, in het geval van de Child Health Campus, heel nadrukkelijk de kans om aan het doel van ‘inclusieve sport’ bij te dragen; de link met kwetsbare doelgroepen en thema’s als revalidatie behoeft weinig toelichting. Samenwerken aan gezonde gebiedsontwikkeling biedt sportorganisaties de kans om inspraak te hebben in de ruimtelijke inrichting van hun gemeente, wijk of buurt. Daarmee zit de sport aan een tafel die ook kan helpen andere sportdoelen te realiseren. Al met al is het verstandig als de sport vanaf de planfase van gezonde gebiedsontwikkeling een actieve rol speelt. Dit biedt kansen om de lokale en landelijke doelen van en met sport te realiseren en een brug te slaan tussen het Sportakkoord en Preventieakkoord.

Dit artikel verscheen in Sport & Strategie, editie augustus 2020 en ik schreef het met collega Ineke Deelen van USBO Advies. Wij voerden in opdracht van het WKZ/UMC Utrecht een adviestraject uit over de positionering, inhoud en organisatie van onderzoek rondom de Child Health Campus.