Sport vs. Sport & Bewegen

Posted on 17 december 2020

0


Met de vraag ‘wat is sport’ heb ik nooit veel affiniteit gehad. Mensen die een sluitend antwoord proberen te vinden op deze vraag vervallen snel in semi-filosofisch geleuter, vind ik. Maar als de kwestie me toch wordt voorgelegd dan ben ik van de ‘democratische benadering’: als de meeste mensen iets een sport vinden dan is het een sport. Om die reden is in het huidige tijdgewricht traplopen geen sport, skateboarden wel en darts een twijfelgeval.

Toch voel ik me tegenwoordig vaker gedwongen na te denken over de vraag ‘wat is sport’. Dat komt omdat steeds meer organisaties ‘sport’ vervangen door ‘sport en bewegen’. Zo heet het voormalige Kenniscentrum Sport tegenwoordig Kenniscentrum Sport & Bewegen en menig gemeente heeft een ‘sport en beweeg nota’ in plaats van een ‘sport nota’. De directie Sport van het Ministerie van VWS streeft naar, ik citeer, ‘voor iedereen passende en veilige sport- en beweegmogelijkheden’. Zelfs sportkoepel NOC*NSF lijkt zich voor te sorteren op een rol als voorvechter van de bewegende mens in het algemeen – door de beweegnorm als een belangrijk uitgangspunt te nemen.

De Nederlandse Sportraad is al zo ver, al heeft de raad nog niet vastgesteld hoe breed zij de sportbranche ziet. Die kan, zo schrijft de raad, alleen sport omvatten, maar ook sport en bewegen, of zelfs een vertegenwoordiging zijn van vitaliteit in brede zin. Wie weet hebben we over een tijdje de NLSportenBewegenraad.

Zo langzamerhand lijkt zich een meerderheid af te tekenen van organisaties die het een goed idee vindt om ‘sport’ te vervangen door ‘sport en bewegen’. Ik ben daar, ondanks mijn democratische benadering, huiverig voor. Want voor je het weet vervagen de grenzen tussen die twee, vanuit het idee dat ze samen een instrument vormen ter bevordering van de gezondheid. Dan maakt het niet meer uit of we traplopen, skateboarden of darten, omdat alles in dienst staat van het behalen van de beweegnorm.

Terwijl sport unieke kenmerken heeft, zoals competitie, tot het uiterste gaan, samenwerken, grenzen verleggen en grenzen overschrijden. Sport is bovendien geïnstitutionaliseerd, erg populair en inspireert meer dan bewegen. Deze kenmerken maken het de moeite waard er apart aandacht voor te hebben. Daar horen organisaties bij die durven voor de ‘sport’ zonder de toevoeging ‘bewegen’ op te komen en er voor zorgen dat de sport zelf goed is georganiseerd en vertegenwoordigd. Vanuit een sterke eigen positie kan de sport vervolgens bijdragen aan bijvoorbeeld het gezondheidsvraagstuk. Deze volgorde omdraaien lijkt me niet verstandig.

Dat sport uniek is weten ze bij het Kenniscentrum, de gemeenten, het ministerie, NOC*NSF en NLsportraad natuurlijk ook. Maar het kan geen kwaad om het verschil tussen sport en bewegen nog eens te benadrukken en de grens ertussen te bewaken. Als daar een semi-filosofisch debat voor nodig is, dan moet dat moet maar.

Deze column verschijnt in vakblad Sport & Strategie, editie december 2020.